Súdwest-Fryslân: lagere opheffingsnorm voor school op platteland

Sneek

Súdwest-Fryslân houdt vast aan verschillende opheffingsnormen voor basisscholen in de stad (Sneek en Bolsward) en de rest van de gemeente. Vanaf 2019 geldt voor de scholen in deze beide steden een minimum aantal leerlingen van 153, in de andere steden en dorpen wordt 30 leerlingen de ondergrens. Nu is dat nog 32.

Door de opheffing van de gemeente Littenseradiel kreeg Súdwest-Fryslân er in januari acht basisscholen bij: in Boazum, Easterein, Easterwierrum, Itens, Reahûs, Wiuwert en twee in Wommels.

,,Dankzij de gesplitste opheffingsnorm voor het platteland komen geen van deze acht scholen de komende vijf jaar in de gevarenzone”, zegt wethouder Stella van Gent. Bij één norm voor de hele gemeente – in Súdwest-Fryslân zou dat 49 leerlingen zijn – zou een aantal scholen wel gevaar lopen.

,,Toch zijn er enkele scholen die onder de norm zakken, maar we verwachten dat deze open kunnen blijven”, zegt Van Gent. ,,Bijvoorbeeld doordat de dichtstbijzijnde school meer dan 5 kilometer verderop staat.”

Pas als het leerlingenaantal onder de 23 zakt, stopt het Ministerie van Onderwijs de financiering, en moet een school worden opgeheven. Nu zijn er nog 60 basisscholen in Súdwest-Fryslân: 14 in Bolsward en Sneek, en 46 in de rest van de gemeente. Dit aantal daalt bij ingang van het nieuwe schooljaar tot 55, door vier fusies. De Gearrin in Folsgare (nu 26 leerlingen) gaat samen met de school in Nijland, de Trijetine in Schettens (21 leerlingen) fuseert met de Bonkelder in Witmarsum en It Swannenêst in Molkwerum (25 leerlingen) fuseert met de Skutslús in Stavoren.

Vorig jaar besloten de scholen in Gauw, Sibrandabuorren en Tersoal al tot een fusie, die met ingang van het nieuwe schooljaar officieel wordt. Van Gent: ,,Mooi om te zien is dat het initiatief voor deze fusies uit de dorpen zelf komt.”


Auteur

Redactie