Duitse soldaat emotioneel op plek van razzia 1945

Lemmer - De 87-jarige Duitser Josef Schmidt uit Bad Neuenahr-Ahrweiler vlakbij Keulen was zaterdag 19 juli 2014 terug op de boerderij van de familie Bouma bij Scharnegoutum waar hij in februari 1945 betrokken was bij de razzia.

  SCHARNEGOUTUM Met tranen in de ogen schudde de geëmotioneerde Duitser de hand van de 87-jarige Tjitze Bouma, die destijds samen met zijn broer Durk en vader Hessel Bouma, opgepakt werd bij de razzia. Schmidt vindt het jammer wat er op de boerderij gebeurd is en betreurt het. Zonder het te zeggen vraagt hij met de tranen in zijn ogen om vergeving. Bouma verwijt Schmidt, die het moeilijk heeft, niks. ,,Dit wie in goede soldaat.” Bij de razzia, uitgevoerd door een groep van twintig soldaten, die in wezen gericht was op het oppakken van de ondergedoken verzetsmannen Piet Glastra van Loon en Wim Röth (een Duitser die niet in dienst wilde), waren de broers Bouma ‘slechts' bijvangst. Hessel Bouma werd wegens het schuil houden van verzetsmensen vastgezet en gemarteld. Schmidt stond op de bewuste morgen van 8 februari 1945 rond half acht in de boerderij oog in oog met de gezochte Piet of Wim. Hij keek een van de doodsbange onderduikers op een bovenkamer recht in de ogen toen die uit de bedstee en met de handen omhoog te voorschijn kwam. De pas 19-jarige soldaat bekende zaterdag dat hij niet minder bang was dan de gezochte personen. Hij sloot na het oogcontact de deur en meldde zijn ‘kompel' en meerdere van de SD dat er niemand was. ,,As de moffen en SD dêr achter kommen wie, dat hy it ferswijd hie, dan hiene se him noch by ús deasketten as nei it eastfront stjoerd”, weet Bouma. ,,Hy wie in held dat er it doarde.” Wat Bouma wel graag wilde weten of Schmidt nu Wim of Piet recht in de ogen had gekeken. Die kon daar zeventig jaar later geen antwoord op geven. ,,Een van de twee, ik weet niet wie de oudste was”. Het vermoeden bij de Bouma's is, dat het Piet was, die net als Wim een relatie had met een dochter van Bouma. Het optreden van Schmidt betekende echter niet de redding voor de twee. De SD wist zeker dat de twee zich op de boerderij schuilhielden. Hun beslapen bedden waren daar de getuige van. Dat ze zich nog voor de komst van de Duitsers uit de voeten konden maken naar de schuilplaats, was te danken aan een omdwaling van de Duitsers. Die vroegen in Scharnegoutum naar de boerderij en werden daar op een verkeerd spoor gezet. Het leverde niet veel tijd op, maar genoeg om alarm te slaan. De overvalploeg nam boer Hessel en zijn zoons Tjitze en Durk mee. Hessel werd in Sneek in de cel gezet, de broers gingen na Sneek al snel in Heerenveen achter de tralies. Hessel werd enkele dagen later bij de overval op de gevangenis in Sneek bevrijd door het verzet. De broers bleven vastzitten en later overgebracht naar het Huis van Bewaring in Groningen, waar ze pas na de bevrijding door de Canadezen de vrijheid terugkregen. Ondertussen bleef de boerderij bewaakt door de SD. De tactiek was gericht op wie de langste adem zou hebben. De onderduikers wisten zich echter te voeden met de inhoud van weckflessen die aanwezig waren. Na vier dagen was de voorraad op en konden de twee het niet meer uithouden in de kleine onderduikruimte. Met name Piet kon na vier dagen niet meer op zijn benen staan en dreigde flauw te vallen. Ze gaven zich over en werden door de SD overgebracht naar de gevangenis in Heerenveen. Piet en Wim hadden daar nog contact met Tjitze en lieten hem weten dat ze alle schuld op zich hadden genomen. ,,Wy ha alles bekend”, seine se tsjin ús. Dêrmei hiene se ús frijpleiten”, vertelt Bouma. Dat hij de twee daar voor het laatst zou zien, drong destijds niet bij hem door. Enkele dagen later werden de twee Scharnegoutumer verzetsstrijders gefusilleerd. Schmidt grijpt naar een zakdoek. Hoe het uiteindelijk afgelopen is op de boerderij heeft hij nooit geweten. Dat de boerderij de oorlog doorstaan had wist hij wel. De soldaat was namelijk na de oorlog te voet langs de boerderij gekomen op de terugweg die te voet ging naar Duitsland. ,,Ik zag de boer toen melken bij de boerderij. Toen heb ik gedacht: godzijdank de boerderij staat er nog.” Dat de boerderij niet in de hens gestoken werd had alles te maken met de functie die de boerderij had. De Duitsers brachten er gevorderde paarden onder. Er stonden soms meer dan zeventig paarden in de boerderij. De mars terug naar Duitsland betekende het einde van een nachtmerrie die de oorlog voor de jonge soldaat Josef Schmidt was. Hij groeide op in een anti-Hitler gezin. Zijn vader had een schoenenfabriek, maar zijn politieke handelen koste de zaak de kop. Zijn enige broer was in dienst getreden en was omgekomen aan het oostfront bij Stalingrad. Van hem heeft de familie nooit meer iets gehoord. Vermoedelijk ligt hij begraven in een massagraf. Josef wilde niet in dienst, maar had naar eigen zeggen geen keuze. ,,Je moest wel. Anders werd het je dood.” Hij koos voor de marineopleiding. ,,Die duurde het langst. Ik hoopte dat de oorlog dan voorbij zou zijn.” Hij werd echter na D-Day al spoedig naar Haren in Groningen gestuurd en vandaar naar Burgum. Hij was enige tijd met de marinierscompagnie in Sneek gelegerd, waar ze belast waren met het bewaken van bruggen. Hij weet nog dat hij in 1944 Kerst vierde in café Piso. Schmidt is blij dat hij terug is op de plek van de inval, de huidige wijn- en whiskyschuur. Achter bij de schuurdeuren gaan de twee op de foto. Schmidt herinnert zich ook dat ze daar een auto onder het hooi vandaan haalden. Het was de taxi van Santema uit Sneek. Die moest gered worden van de Duitsers en was daarom weggemoffeld onder het hooi. Na de boerderij wil hij ook nog rondkijken in Sneek al is het snikhete weer voor de hoogbejaarde niet ideaal voor een rondwandeling. Hij houdt het op een korte ronde rondom de Martinikerk en langs de school waar ze gelegerd waren. Het is een bewogen dag voor de Duitser die al eerder naar Friesland wilde om oorlogsherinneringen op te halen. Dat het zo emotioneel werd met een ontmoeting met Bouma op de overvalboerderij had hij niet verwacht. Dankzij Sipke de Wind uit Leek werd het contact gelegd. Die schreef een boek over de Duitse marine in Noord-Nederland en gebruikte daarvoor onder meer de herinneringen van soldaat Josef Schmidt. ,,Ik ben die verhalen gaan verifiëren. Van de overval op de boerderij had ik geen bewijs, totdat ik het boek van Hessel Bouma over Scharnegoutum kreeg. Schmidt wilde graag kijken, al was de confrontatie heel moeilijk voor hem. Hij had wel wat muurtjes om zich heen gebouwd.” Tjitze Bouma vond de ontmoeting wel heel bijzonder. ,,Hy wie noch mar in jong soldaatsje. Hij woe de jongens net oanwize. Dêr wie moed foar nedich. Ik ha respekt foar him.” Cees Walinga