Gerbrich: ‘Der sit schwung yn it hynder’

HARICH - De 21-jarige Gerbrich Elgersma uit Weidum, geboren in Wons, is een rijzende ster bij het tuigen Fries ras in de damesklasse. Zaterdag eiste ze overtuigend de Nederlandse titel op het CH Rijs in Harich.

  Met een brede glimlach neemt ze de felicitaties in ontvangst na het behalen van haar eerste Nationale titel. Vorig jaar was ze de beste dame bij de regionale rijders en een keer won ze een titel onder het zadel, maar het Wilhelmus had nog nooit voor haar geklonken. ,,Ja wat moat ik der fan sizze: geweldich.” Eerder op de dag won ze ook het eenspannen Fries ras in de limietklasse al met Minne.     Het gebeurde op de dag dat de Leeuwarder Courant haar portretteerde als een van de nieuwelingen bij het tuigen: een jonge dame die voor haar hobby een eeuwenoud kostuum aantrekt. De oorijzers doet ze ook liever af bekende ze in de krant, maar het is het plaatje dat bij de top van de nationale mensport hoort. En als ze al niet in die top zat, dan heeft ze in Rijs definitief haar naam gevestigd.   Alle aandacht voor de kampioene wentelt ze echter graag af op haar paard, Minne van de Egberdina Hoeve uit Nijeveen. Het is de stal van haar tante Susan Bouwman-Wind, die ze in de titelstrijd kort achter zich liet. Op de Egberdina Hoeve werkte Gerbrich het afgelopen jaar. Na de vakantie begint ze aan een master Animal Science aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen.   Susan, geboren en getogen in Burgwerd, pakte met Claes het kampioenschap bij de regionalen en won met haar nieuwe Fries kostuum, dat naar eigen zeggen wel wat krap zit, ook nog eens de kostuumprijs van het concours. ,,It is allegear feest”, gaat Gerbrich verder over de successen van de Egberdina Hoeve. Haar Minne onderscheidt zich in het veld van tuigers vooral vanwege zijn soepelheid en beweging, vindt Gerbrich. ,,Der sit schwung yn it hynder”, vult de kampioene aan. Een nuchtere niet al te zenuwachtige rijder doet de rest. ,,Krekt foar de wedstryd fielde ik wol spanning, mar ik ken net sizze dat ik senuweftich wie. It wie sûne spanning.” Al dacht een van haar grooms daar anders over. ,,Do wiest wat strak, mar it sloech lokkich net oer op it hynder.”