Walking football weer los: ‘Lekker voetballen in plaats van achter de geraniums zitten’

SNEEK Na een flink aantal maanden gedwongen binnen zitten vanwege de coronabeperkingen zijn ook de walking footballers bij Sneek Wit Zwart weer los. ,,Eindelijk mogen we weer lekker voetballen in plaats van achter de geraniums te zitten.”

John Dekker slaakt een zucht van verlichting. ,,We zijn heel blij dat we weer kunnen voetballen. Dat is toch het leukste dat er is”, aldus de trainer van de groep van 17 à 18 man die vanaf nu weer iedere dinsdagochtend samenkomt op sportpark Tinga.

,,We moeten de trainingen nog wel een beetje aanpassen omdat we met viertallen moeten werken, maar dat is allemaal goed te doen. Het belangrijkste is dat we weer mogen voetballen met zijn allen.”

In het verlengde van dat balletje trappen ligt ook de gezelligheid die de sport met zich meebrengt voor de 65-plussers, die niet alleen uit Sneek komen overigens. ,,We hebben hier ook jongens uit Bolsward, Scharnegoutum, IJlst, Heeg. Het is een mooi groepje. De een is een betere voetballer dan de andere, maar dat maakt allemaal niks uit hoor.”

De ochtend begint met een kopje koffie rond half tien ‘s ochtends en een half uur later stappen de mannen het veld op voor diverse oefeningen en partijvormen. Na anderhalf uur zit de training er op en volgt de derde helft. Dekker: ,,Daar komen natuurlijk de mooiste verhalen voorbij, iedere week weer. Er zitten een paar goede vertellers tussen.” Ook de lachspieren komen dus zeker aan hun trekken.

Het initiatief is ooit ontstaan tijdens een oefendag voor oud-spelers, weet Dekker nog. ,,Sommige mannen hadden 35 jaar niet meer gevoetbald, maar daarna hadden ze de smaak weer te pakken en zijn ze blijven hangen. En het kan hier natuurlijk prachtig, want overdag liggen de velden er toch maar verlaten bij. Wat dat betreft zouden we er ook zo nog een tweede trainingsdag bij kunnen pakken, al moeten we natuurlijk voorzichtig zijn met die oude mannen”, lacht Dekker, die zelf overigens ook al 73 lentes telt.

Hij is altijd (jeugd)trainer geweest, maar een paar jaar geleden was het mooi geweest. De teller stond inmiddels op 50 jaar trainingen geven en teams coachen. ,,Maar dit ben ik blijven doen omdat ik er enorm veel plezier uit haal en energie van krijg. En ja, als er eens een mannetje tekort is bij een oefening of wedstrijdje, doe ik graag nog even mee. Dat zit toch in je, de liefde voor het voetballen. En die proef je eigenlijk bij iedereen die hier meedraait. We hebben het allemaal gemist en zijn blij dat we weer lekker mogen voetballen, in plaats van achter de geraniums te zitten.”

Daar zitten nog veel meer potentiële deelnemers, daar is Dekker van overtuigd. ,,Alleen is het de kunst om die mensen te bereiken en enthousiast te krijgen ook eens mee te doen. Iedereen is welkom om een keer te komen kijken. Pak een bakje koffie en bekijk het vanaf de tribune of doe gewoon lekker direct een keer mee.”

Bij walking football mag er, de naam laat wat dat betreft niks aan de verbeelding over, niet gerend worden. Daarnaast mag de bal niet hoog gespeeld worden, zijn er geen keepers en wordt er met 5 tegen 5 (of 6 tegen 6) op een kwartveld gespeeld. ,,Wat dat betreft is het wel fijn als je een beetje kunt voetballen, want je moet de bal het werk laten doen, maar ook als je geen voetbalachtergrond hebt, ben je van harte welkom. Het gaat vooral om lekker in beweging zijn en plezier maken, de rest spijkeren we wel bij. Je bent nooit te oud om te leren.”

Dekker geeft de trainingen samen met Jappie Booij, ook al gepokt en gemazeld in het amateurvoetbal. ,,Jappie is nog altijd even fanatiek, ik ben soms wat rustiger. Ik denk dat dat juist een mooie combinatie is voor deze groep. We worden gewaardeerd. En uiteindelijk proberen we ook wel een aardig niveau te halen qua spel. Het moet ook geen campingvoetbal worden, zal ik maar zeggen.”

En: ook dames zijn van harte welkom benadrukt Dekker. ,,Natuurlijk, voetbalsters hebben we er heel graag bij. Dat zou juist hartstikke leuk zijn voor de dynamiek in de groep. En die leeftijdsgrens is sowieso niet keihard hoor. We kunnen alle kanten op wat ons betreft.”

Niels van Marle.