Hockeyclub uit Sneek krijgt nieuw waterveld, maar gewenste derde veld komt er voorlopig niet

Hockeyers van de Sneeker Mixed Hockey Club (SMHC) hebben binnenkort geen last meer van brandwonden als ze vallen en glijden op het veld: er wordt nog dit jaar een nieuw hoofdveld aangelegd op sportcomplex Tinga in Sneek. Een waterveld in plaats van het zand-ingestrooide veld, waardoor brandwonden dus verleden tijd zijn.

Het huidige veld dateert van 2003. Het nieuwe veld is een ‘waterveld’, want om het veld te kunnen bespelen wordt er een laag water op gesproeid, door middel van sprinklers. SMHC heeft al een semi-waterveld, die vergelijkbare speelcondities heeft, maar nog wel deels met zand is ingestrooid.

Ook wordt de verlichting langs beide velden vervangen door ledverlichting, wordt er een oefenveldje aangelegd en worden hekwerk en bestrating verbeterd.

De club is blij met de ‘upgrade’ van een zand- naar een waterveld, maar had eigenlijk nog liever ook een derde veld gekregen. „Al met al zijn we content met het resultaat en gaan we aan de slag om het waterveld voor het nieuwe seizoen in gebruik te kunnen nemen”, stelt SMHC-voorzitter Peter Oude Munnink. Voor dat derde veld is nu geen ruimte, stelt sportwethouder Bauke Dam.

Einde aan ‘gehussel’ met sportclubs

De hockeyclub voert de werkzaamheden in eigen beheer uit, omdat de club verwacht aanspraak te kunnen maken op subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De kosten zijn begroot op zo’n 550.000 euro. De gemeente draagt al 440.000 euro bij. „Dat bedrag had de gemeente nog achter de hand, nadat eerdere besprekingen tussen de hockeyclub en de voetbalclubs Sneek Wit Zwart en ONS over fusie en verhuizing naar een andere plek in de stad niet het gewenste resultaat opleverden”, aldus de gemeente.

Al jaren wordt er in plannen ‘gehusseld’ met de sportclubs en bijbehorende velden. Elders in de stad werden diverse opties onderzocht, maar geen van allen bleek haalbaar voor de hockeyclub. „Toen kwam de club zelf met het plan op de huidige plek te blijven en aan kwaliteitsverbetering te doen”, stelt Dam.