Waterpolosters Neptunia ‘24: ‘Eindelijk weer het water in’

SNEEK De waterpolosters van Neptunia ‘24 speelden dit kalenderjaar door alle coronaperikelen slechts één competitiewedstrijd en de afgelopen weken mochten de dames zelfs het water niet in om te trainen. ,,Het was echt een zalig gevoel om eindelijk weer het zwembad in te duiken.”

De waterpolosters van Neptunia ‘24 moeten in 2020, zoals zoveel sporters, engelengeduld betrachten als het gaat om het uitoefenen van hun hobby. Het is niet meer dan logisch weet Joni de Graaf, maar natuurlijk frustreert het de voorzitter van de waterpoloafdeling wel. ,,Ik hoef niet lang na te denken als mensen me vragen hoeveel wedstrijden we hebben gespeeld. Dat is er namelijk maar eentje geweest in 2020, ergens begin maart.” Dat duel werd overigens verloren, maar dat geheel terzijde. ,,Al speelden we wel heel goed”, vult De Graaf nog aan met een lach.

Plezier is voor de speelsters van Neptunia ‘24 ook de belangrijkste drijfveer om wekelijks het water in te duiken. Het eerste team bestaat uit elf vrouwen en die zijn allemaal gek op waterpolo. ,,Onze waterpoloafdeling draait vooral om gezelligheid, al houden we er ook wel van om goed voor de dag te komen in wedstrijden. We willen dus ook zeker presteren.” Voor het eerste mannenteam geldt hetzelfde, terwijl de overige teams bij de heren vooral een recreatief karakter hebben.

De waterpolosters spelen na het kampioenschap in de districtscompetitie tegenwoordig op bondsniveau. ,,We komen uit in de tweede klasse van de bondscompetitie. Dat is landelijk gezien het vierde niveau”, vertelt De Graaf.

Als Neptunia’24 zich daar weet te handhaven is De Graaf meer dan tevreden. ,,Nee, wij dromen niet van de eerste klasse, tussendivisie of zelfs eredivisie. Waar we nu spelen hebben we het mooi. In het district wonnen we vaak heel makkelijk en daar was weinig aan. Op dit niveau spelen we veel gelijkwaardige wedstrijden; soms winnen we, soms niet. Prima.”

Zelf is de 23-jarige De Graaf naast aanvoerder ook de midvoor van het team. ,,In voetbaltermen ben ik de spits, degene die de doelpunten moet maken.”

Daarbij moet ze flinke gevechten leveren in het water. ,,Dat is het mooie van de positie waar ik speel; met een verdedigster letterlijk in je nek toch door te draaien dat gaatje vinden om op doel te schieten.”

Waterpolo wordt ook wel eens ‘rugby in het water’ genoemd en die beschrijving is behoorlijk accuraat volgens De Graaf. ,,Ook onder water gebeurt er altijd van alles. Duwen, trekken en schoppen. Maar daar geniet ik ook wel van hoor. Ik vind dat hele gevecht misschien wel het leukste aan waterpolo, ja.”

Maar het is niet makkelijk om andere vrouwen zover te krijgen ook dat gevecht aan te gaan, dat heeft De Graaf in de loop van de jaren wel gemerkt. ,,We hebben zeker bij de vrouwen wel wat weinig instroom van nieuwe mensen.”

Zelf was ze ongeveer zes jaar oud toen ze voor het eerst het zwembad in sprong voor een potje waterpolo. Niet geheel verrassend overigens, aangezien haar moeder zelf jarenlang in het eerste team van Neptunia ‘24 speelde en daarna jeugdtrainer werd. ,,Ik mocht altijd mee op zondagochtend, heel vroeg herinner ik me nog. Al heel snel lag ik ook in het water om mee te doen.”

Misschien heeft Neptunia ‘24 de laatste jaren iets te weinig gedaan aan de aantrekkingskracht richting jeugd, probeert De Graaf de vinger op de zere plek te leggen. ,,Maar nieuwe leden komen niet vanzelf, zo simpel is het. Zeker niet wanneer de keuze, zoals in Sneek, enorm is. Daar zullen we echt mee aan de slag moeten, zo simpel is het inmiddels.”

Een andere wens van De Graaf is een tweede vrouwenteam, zodat het voor speelsters die op iets latere leeftijd beginnen makkelijker is om aan de sport te wennen. ,,Als we nu een nieuw lid hebben, kan diegene eigenlijk niet meedoen aan wedstrijden omdat we simpelweg te hoog spelen.” De nieuweling zou dan figuurlijk verzuipen tussen speelsters die al jaren ervaring hebben met vangen van een bal in het water, om met diezelfde bal vervolgens snel naar de overkant richting het doel van de tegenstander te zwemmen. ,,Maar bijvoorbeeld iemand die jaren heeft gevoetbald, is niet zomaar gewend aan waterpolo. Wennen in een tweede team, op een wat lager niveau, zou daarom perfect zijn. Want uiteindelijk wil je toch ook wedstrijden spelen.”

De Graaf in ieder geval wel. Ze hoopt dan ook dat er op niet al te lange termijn weer iets mogelijk is. ,,Al is het wel vreemd dat we in de eerste lockdown eigenlijk veel meer mochten dan nu. Toen konden we gewoon waterpoloën zoals we dat normaal doen, nu mogen we niet eens meer naast elkaar liggen of zwemmen in het water. Maar alles liever dan dat de zwembaden weer twee weken dicht moeten. Want dat is helemaal slecht voor het groeps- en verenigingsgevoel. Dat hebben we de afgelopen periode echt wel gemerkt. Dat moet maar niet weer.”

Niels van Marle.