Hollandse winter wordt in rap tempo vorstarmer

Sneek

De laatste tientallen jaren is de kans op een vorstrijke of zelfs strenge winter sterk afgenomen, terwijl tegelijkertijd de kans op een (zeer) vorstarme winter fors is gestegen, zo wijzen de feiten uit volgens MeteoGroup.

De koudste nacht deze maand leverde in De Bilt een minimumtemperatuur van -1,4 graden op en alleen op 2 december lag de gemiddelde etmaaltemperatuur met -0,4 graden iets onder het vriespunt. Deze winter heeft hierdoor tot dusver nu een zogenaamd Hellmanngetal of wintergetal van 0,4 punten opgeleverd, want het wintergetal wordt berekend door alle dagen met een negatieve gemiddelde etmaaltemperatuur op te tellen, met weglating van het minteken. MeteoGroup heeft berekend dat van de 19 winters sinds 2000, er zes minder dan 10 Hellmannpunten scoorden en niet één winter honderd punten of meer. In de 19 jaren daarvoor (van 1981 tot en met 1999 dus) waren dat er respectievelijk twéé (minder dan 10) en zes (meer dan 100 punten) en de 19 jaren daar weer voor (van 1962 tot en met 1980) één en vijf. Het aantal winters tussen deze uitersten in, is gelijk gebleven. We kunnen dus stellen dat tegenwoordig de kans op een kwakkelwinter nog steeds even groot is als gedurende de jaren ’60 tot en met ’80 van de vorige eeuw, maar dat we daarbij de vorstrijke tot zelfs strenge winters in zijn geheel hebben verruild voor zachte, tot ronduit vorstarme winters.

Auteur

redactie