Littens stuurt SWF brief over N354

Lemmer

SNEEK/WOMMELS Het college van B&W van Littenseradiel heeft een brief gestuurd aan de collega's van Súdwest-Fryslân als afkeurende reactie op het door burgemeester Hayo Apotheker weer ter tafel gebrachte plan om een onderzoek te doen naar een nieuw tracé voor de gevaarlijke slingerweg Sneek-Leeuwarden. Hieronder de tekst van de brief:

'Van enige afstand heeft ons college het afgelopen jaar de discussie gevolgd over de mogelijke verbetering van de provinciale weg tussen Sneek en de A32 bij Grou, de N354. Dat er nagedacht wordt over verbetering van deze verbinding vinden wij alleszins begrijpelijk.  Nu de plannen echter een heel andere kant uit dreigen te gaan, namelijk van een ‘stroomweg’ langs het spoor, delen wij graag onze zorgen over die ontwikkeling met uw college. Een korte blik op de kaart van onze provincie is voldoende om te weten dat veruit het grootste deel van het plattelandsgebied tussen Leeuwarden en Sneek op dit moment nog gelegen is in de gemeente Littenseradiel. Voor de gemeente Súdwest-Fryslân lijkt echter de herindelings-datum van 1 januari 2018 al gepasseerd te zijn: er moet een onderzoek worden gedaan naar alternatieve tracé’s voor de verbinding van Sneek met de provinciehoofdstad, en dat kan blijk-baar prima zonder de gemeente Littenseradiel over wiens grondgebied een eventueel tracé langs de spoorlijn nu eenmaal grotendeels zal lopen. De gemeente Littenseradiel zit in de laatste fase van een herindelingsproces – onder meer met uw gemeente – waarin een zorgvuldig opgebouwd vertrouwen tussen burgers en lokale overheid een cruciale rol heeft gespeeld. De timing van dit onderzoek is dan ook bijzonder ongelukkig. De formele behandeling van de herindelingswet in het parlement is nog niet eens rond of Sneek komt ‘mei de klompen yn it spul’, en versterkt daarbij de vrees van een deel van de bevolking dat de belangen van het platteland straks ondersneeuwen bij de (vermeende) belangen van de steden. Dat het hier zou gaan om een echte belangentegenstelling is natuurlijk een geweldig misverstand: stad en platteland hebben immers beide belang bij een leefbaar platteland èn bij de bescherming van het kwetsbare en kleinschalige landschap van de Greidhoeke; een landschap met enkele van de belangrijkste weidevogelreservaten in de provincie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst zouden ‘de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen leidend moeten zijn’. Wij zijn van mening dat de gemeente Súdwest-Fryslân nu en in de toekomst aan dit eigen uitgangspunt – geformuleerd in het Herindelingsadvies dat nu bij de Tweede Kamer ligt – vast moet houden. Ook in de Ontwikkelvisie 2011-2021 worden mooie woorden gewijd aan de weidsheid van het landschap en de grote rijkdom aan cultuur en erfgoed. Wij gaan er vanuit dat uw gemeente bijtijds inziet dat uw geloofwaardigheid als rechtsopvolger van Littenseradiel bij het doorzetten van een autowegtracé langs de spoorlijn op het spel staat. Door veel inwoners zijn de suggesties in krantenartikelen over dit mogelijke tracé tot nu toe vermoedelijk schouderophalend afgedaan als onwaarschijnlijke luchtfietserij. Nu het plan voor een tracé langs de spoorlijn kennelijk meer is dan een losse flodder, nodigen wij u van harte uit om eens te komen kijken: inwoners van de dorpen Boazum, Wiuwert, Easterwierrum, Mantgum, Jorwert en Bears zijn ongetwijfeld graag bereid u te laten zien welke landschappelijke en cultuurhistorische schade door deze autoweg zou worden aangericht. Tot slot nog dit: in onze provincie is recent veel geïnvesteerd in versterking van het wegennet.  Ook voor ons is zoals gezegd de verbetering van het tracé van de N354 een begrijpelijke wens. Dat is echter iets anders dan het aanleggen van een geheel nieuwe weg. Demografische ontwikkelingen pleiten ook al niet voor zo’n weg: door de vergrijzing neemt de beroeps-bevolking af en daarmee ook het aantal weggebruikers, ook al lijkt dat door de aantrekkende economie nu even anders.' Slimme, toekomstbestendige investeringen zouden moeten worden gezocht in ontwikkeling van de digitale infrastructuur op het platteland en in de omslag naar een duurzame, circulaire economie, niet in nog veel meer asfalt. Wie zich op de toekomst wil voorbereiden zou eens wat minder gemakzuchtig moeten grijpen naar de instrumenten uit het verleden.  

Auteur

redactie