Nieuw Distributiecentrum niet baas, maar dienaar van voedselbanken

Drachten

Een voedselbank combineert twee negatieve elementen, armoede en overproductie, tot iets positiefs. Gezinnen met te weinig geld krijgen gratis eten en voedsel dat de producenten moeten weggooien, krijgt een goede bestemming.

Dat is kort gezegd het principe achter de voedselbank, zegt Nysius van Rijn van het nieuwe Regionaal Distributiecentrum (RDC) Fryslân in Drachten. Van hieruit krijgen de zeventien Friese voedselbanken sinds enkele maanden hun voorraden. Voorheen verliep de verdeling vanuit het Distributiecentrum Noord-Nederland in Meppel, maar daarvoor bleek de regio net te groot. Vandaar dat naast Meppel ook in Stad Groningen en Drachten RDC's zijn opgericht.

Zeventien

Het RDC is niet het overkoepelende orgaan dat alles wel even regelt, stelt Van Rijn, maar het werkt juist in dienst van de Friese voedselbanken. Dat zijn er zeventien en die zitten in Drachten, Oosterwolde, Heerenveen, Joure, Surhuisterveen, Dokkum, Burgum, Damwâld, Kollum, Lemmer, Gorredijk, Balk, Sneek, Wolvega, Harlingen, Leeuwarden en Bolsward. Daarvan is Leeuwarden de grootste, met 450 huishoudens als klant, en Kollum met 28 de kleinste. In totaal gaat het in Friesland om 1633 huishoudens, maar dat was de stand op 1 juni van dit jaar. ,,Het schommelt, vorig jaar om deze tijd waren het er veel meer'', zegt Van Rijn.

Landelijk zijn vorig jaar de toelatingseisen voor deelname aan de voedselbank verruimd, maar tot een grote stijging heeft dat niet geleid, omdat tegelijk de economie is aangetrokken. Bovendien, en dat is een probleem dat al vanaf de oprichting speelt, is de voedselbank niet een instelling waar iedereen even makkelijk heen gaat. Van de mensen die onder de armoedegrens leven, maakt maar 10 procent gebruik van de Voedselbank.

,,En dat is wrang, want die armoedegrens betekent wel dat je niet genoeg geld hebt voor de eerste levensbehoeften. De meeste mensen bereiken we via de gemeente, bijvoorbeeld omdat ze in de schuldhulpverlening zitten. Er speelt vaak valse schaamte mee. Dat is ook de reden dat de meeste voedselbanken wat afgelegen op een industrieterrein zitten, een beetje uit het zicht.''

Op volle toeren

In Drachten was eerder ook al de Stichting Samenwerkende Voedselbanken Friesland gevestigd, waarbij 14 Friese organisaties waren aangesloten en waarvan Nysius van Rijn uit Garyp de voorzitter is. Het RDC is eigenlijk de voortzetting daarvan, dus hoefde er niet een compleet nieuwe organisatie opgetuigd te worden. Het nieuwe distributiecentrum begint dan ook al langzaam op volle toeren te draaien, maar het zal nog wel een half jaar duren voor de organisatie helemaal rond is, zegt Van Rijn.

,,Toch is er wel veel veranderd. Wij zitten nog op de zelfde plaats, maar de Voedselbank Smallingerland is hier vandaan verhuisd naar een pand een straat verderop. Wij hadden deze ruimte ook wel nodig, want we werken nu voor meer plaatselijke afdelingen en zijn vaker open. Voorheen kregen we één keer in de week een lading uit Meppel. Nu hebben we meer leveranciers en meer te verdelen. Het is veel intensiever, het is hier continu opslaan, verdelen en doorschuiven. De ruimten staan hier nooit lang vol. In het begin was het dan ook wel heel krap, maar de benodigde vrijwilligers druppelen langzaam binnen.''

Dubbele bezetting

De eerdere Stichting beschikte over dik twintig vrijwilligers, het RDC draait nu op zo'n dertig medewerkers. Dat is volgens Van Rijn in principe voldoende. ,,Maar om goed te kunnen draaien moet je op papier eigenlijk een dubbele bezetting hebben, voor alle functies. Dus kunnen we nog wel zo'n dertig mensen gebruiken, ook om de pieken op te vangen. Het zijn allemaal vrijwilligers, dat betekent voor ons ook dat we er voorzichtig mee om moeten gaan, want er zit natuurlijk wel een limiet aan de inzetbaarheid van mensen. De komende maanden worden ook heel spannend, veel van onze medewerkers gaan met vakantie, maar de meeste van onze klanten niet. Dus het werk gaat wel gewoon door.''

De voedselbanken zijn door de opbloeiende economie ook vrijwilligers kwijtgeraakt, zegt de 75-jarige Van Rijn, die zelf managementfuncties vervulde, het laatst bij de Kamer van Koophandel. ,,De meeste medewerkers zijn al gepensioneerd, maar ook voor veel mensen zonder baan was het een populair doel. En de werklozen die zich als vrijwilliger hebben ingezet, blijken in de praktijk toch vaak eerder weer een baan te krijgen zodra de economie aantrekt. Juist die gekwalificeerde medewerkers zijn sneller weer aan de bak.''

Werving lastiger

,,We merken dat het ook bij de werving nu lastiger is om goede mensen te krijgen. Voor specifieke functies zoeken we vaak mensen die dat naast hun baan willen doen. Zo gaan we nu ook medewerkers opleiden tot heftruckchauffeur, want daarvoor is tegenwoordig een certificaat nodig. Ook voor het bewaken van de voedselveiligheid heb je toch bepaalde kennis en vaardigheden nodig. Zo hebben we nu ook een facilitair manager, want er speelt een aantal technische zaken, zoals de overgang naar led-verlichting en onderhoud. In feite zijn wij een echt logistiek bedrijf, daarom zitten wij hier op het industrieterrein van Drachten ook prima op ons plek. We vallen absoluut niet uit de toon. ''

Het RDC overweegt om ook te gaan werven onder de medewerkers van de aangesloten voedselbanken en zelfs onder de klanten die er gebruik van maken. ,,Maar dat idee zijn we nog aan het ontwikkelen, dat moet nog verder worden uitgewerkt. We hopen dat we eind dit jaar alles op poten hebben.''

In de meeste gevallen gaat het vrijwilligerswerk volgens Van Rijn om 'handen', om mensen die de kratjes en containers vullen en inladen. ,,Maar we hebben ook bijzondere taken, zoals administratieve, coördinerende en logistieke werkzaamheden, personeelszaken, chauffeurs en veiligheidscontroleurs. En we willen goed voor onze mensen zorgen, met op zijn tijd een bakje koffie. Ook daarvoor hebben we weer extra medewerkers nodig, zoals gastvrouwen.''

Vrijwilligheid

Voedselbanken zijn nog een relatief nieuw fenomeen, de eerste werd pas zo'n vijftien jaar geleden opgericht. Daarna is het snel gegaan. In heel Nederland zijn er nu meer dan 160, waar in totaal zo'n 11.000 vrijwilligers de aangesloten huishoudens voorzien van eerste levensbehoeften. Het hele systeem draait op vrijwilligheid, stelt Van Rijn met nadruk. ,,Het zijn louter vrijwilligers die hier actief zijn, die er plezier in hebben om iets voor een ander te kunnen doen.''

Ook alle voedsel wordt om niet geschonken. ,,Wij kopen niets. Wat wij krijgen kan licht beschadigd zijn, of ongeschikt voor de handel, zoals kromme komkommers. Maar het meeste is overproductie. Dat zou anders in de container belanden, maar het voldoet nog prima aan de eisen van de Voedsel- en Warenautoriteit.''

Leveranciers

Het RDC in Drachten heeft drie grote leveranciers. Elke maandag komt groenteverwerker Smeding uit Sint Annaparochie met verse groenten, de dag daarop levert Friesland Campina zuivel en op woensdag komen de vrachtwagens van Albert Heijn langs. Daarnaast komen er incidenteel voorraden aan die via de landelijke groep voedselverwerking worden verdeeld. ,,Dan krijg je zomaar ineens pallets vol met ketchup of bonen binnen. Het meeste dat we hier krijgen is vers, dat betekent dat het heel snel verdeeld moet worden.''

De meeste voedselbanken gaan zelf overigens ook de boer op om voorraden in te zamelen. Zo leveren plaatselijke supermarkten artikelen die nog wel goed zijn, maar niet meer verkoopbaar. ,,Van bepaalde ketens mogen de lokale managers dat zelf regelen. Als iets op datum is, bijvoorbeeld in het vriesvak, dan kan het best nog maanden goed zijn, maar wettelijk mag het niet meer verkocht worden. Wij mogen het dan nog wel uitdelen. Vaak worden er in overleg met de supermarkten ook acties gehouden die nogal wat kunnen opleveren.''

Onbalans

Veruit het grootste deel van de aanvoer heeft te maken met overproductie, oftewel een onbalans tussen vraag en aanbod. ,,Dat is al een heel oud gebruik. Wie een moestuintje heeft, oogst in een keer een heleboel sla of komkommers. Wat overblijft kan in de container, maar ook naar de buren en familie. Zo werkt het ook op macroniveau. Een leverancier die de productie zo regelt dat er precies genoeg is, heeft in de praktijk altijd te weinig. Dus moet hij meer produceren dan nodig. En wat er dan overblijft kun je doordraaien, maar je kunt het ook weggeven. Zelfs maaltijdenservice Van Smaak heeft zo nu en dan te veel, wat wij dan mogen gebruiken.''

De Voedselbanken ruilen ook onderling en dat doen zelfs de RDC's, vertelt Van Rijn. Zo krijgt Groningen pas op vrijdag de verse producten en dat is door het tussenliggende weekend eigenlijk te laat om het nog op tijd bij alle klanten te krijgen. Dus haalt Groningen ook wel eerder in de week vers uit Drachten. ,,Het streven is om 25 eenheden uit de schijf van vijf in de pakketten te stoppen.''

Te veel vlees

Een luxe probleem voor de voedselbanken op dit moment is vlees. Daarvan is nu veel te veel beschikbaar. Als slacht en aanvoer volgens eerdere planningen gaan en het dan ineens barbecueweer wordt en ander vlees wordt gevraagd, blijft het gewone vlees liggen. Een bijzonder voorbeeld is volgens Van Rijn de Voedselbank Sneek. Die krijgt van de plaatselijke Jumbo zoveel vlees, dat ze ook uitdelen aan bijvoorbeeld Balk en Joure.

Daar zit een risico in, stelt Van Rijn. ,,Als je te veel vlees weggeeft, heb je kans dat ook je klanten te veel krijgen. En als die dan geen vriezer hebben, geven zij het ook weer door, al dan niet tegen betaling. Dan verstoor je de markt. Een winkel die elke keer weer te veel van het zelfde product overhoudt, zou eigenlijk eens bij zichzelf te rade moeten gaan.''