Moeke Jikke even kort terug

Met toestemming daalde de in 1996 overleden Moeke Jikke gisteren en vanavond niet door Petrus’ hemel- maar haar eigen Waterpoort even kort neer in haar oude stadsherberg voor een naar haar genoemde locatietheatervoorstelling. Morgen en zondag zijn nog vier uitverkochte voorstellingen.

In gezelschap van per keer een kleine dertig belangstellenden in de gezellige setting van de in oude stijl gerestaureerde gelagkamer waar de gezusters Feenstra nu de scepter zwaaien, kruipt de uit Balk afkomstige actrice Jildou Kroes in de huid van de oude Sneker kasteleinse die op 90-jarige leeftijd in het harnas stierf.

Met onvermijdelijke ’witte skelk’ over de bloemetjesjurk en het haar in een knot neemt de 37-jarige Gaasterlandse theatermaakster, ondersteund door vertelster Leonie Meine Jansen, de koffie drinkende en krentenbrood verorberende bezoekers in vogelvlucht mee door het werkzame leven van Jikke van der Horst-Ozinga.

Ze had het ondernemersbloed van haar vader Frits, van de Fordgarage aan de Parkstraat, zoals duidelijk wordt na een gedicht. Ook Jikke’s pennenvrucht ‘Levensvreugd’ passeert de revue met op de achtergrond de sfeer verhogende accordeonklanken van Joost van Son. Een afvaardiging van het korps Concordia en Bernelûd Balk dikt de nostalgische gevoelens aan met onder andere de onvolprezen oorlogsklassieker We'll Meet Again’ van Vera Lynn.

In die moeilijke tijd verbergt de markante Koningin van Sneek in haar hotel onderduikers. Met koninklijke onderscheiding en al blijft de dichtende Moeke Jikke, die ene WA van Buren hoogstpersoonlijk een biertje mocht tappen, haar hele leven in het spier. Immers: ’ast op ’e stoel sitten gaast, bist su mar doad’.

Niemand van de veelal op leeftijd zijnde aanwezigen, die uitgenodigd worden persoonlijke herinneringen aan Moeke Jikke te delen, ontkomt aan de keurende blikken van de markante hoteleigenaresse. Immers; ze liet niet iedereen zomaar toe tot haar bloemrijk behangen koninkrijkje aan de Kolk. De mannelijke helft van een echtpaar die vooraf een blik in de te huren kamer wenste, schijnt ooit afgebitst te zijn met: ’ik hef jou frou ok noch nyt siën wel’?

Kroes stapt al na drie kwartier in het voorstaande rijtuig met paarden. Daarmee is de voorstelling met ernst en hier en daar een vleugje humor verrassend snel klaar. Oké, wat meer verdieping had misschien gekund, maar aan de andere kant was het meeste ook wel gezegd en gespeeld.