Hoger waterpeil trekt vogels aan

IDZEGA - Weidevogels houden van hoog water in de sloten en drassig grasland. De grond is dan lekker zacht waardoor ze gemakkelijk wormen en andere beestjes uit de bodem kunnen peuteren. Op steeds meer plaatsen zetten boeren daarom hun land tijdelijk onder water om de vogels tegemoet te komen. En dat wordt op prijs gesteld, zo blijkt uit de praktijk. Zowel door de vogels als door de plattelandsbewoners die weer van de karakteristieke roep van de grutto en de andere weidevogels kunnen genieten.

De Agrarische Natuurvereniging De Súdwesthoeke telt in totaal elf ´collectieven´ van in totaal ruim 3600 hectare, van Stavoren en Warns tot Dedgum en Abbega. Afgelopen donderdag kwamen de betrokken boeren en andere belangstellenden naar het bedrijf van Sjirk Reijenga in Idzega, verreweg het grootste weidevogelgebied van de ANV. Daar werd de balans opgemaakt over 2013 – een prima weidevogeljaar -  en gingen ze dieper in op de relatie tussen water en weidevogels. Uit jarenlang onderzoek is gebleken dat een hoger waterpeil een positief effect heeft op de weidevogels. De vogels kunnen gemakkelijker met hun snavel in de grond komen om wormen te zoeken. Op steeds meer plekken wordt daarom een ‘plasdras’ aangelegd. Dit is een perceel grasland dat tussen 15 februari en 15 juni voor een groot deel onder water wordt gezet. Reijenga heeft op maar liefst drie plekken op zijn bedrijf een dergelijke plasdras aangelegd. En dat lijkt simpeler dan het is, hield hij zijn collega-boeren voor. Het water moet vaak met een pomp - Reijenga heeft daarvoor een speciale windmolen – op het land worden gebracht en daar ook op blijven staan. Na half juni is het zaak om het water ook weer van het land af te krijgen, omdat er later in de zomer nog gras geoogst moet worden. Goed gevoel Dat een hoger waterpeil en plasdras effect heeft, is in de praktijk duidelijk te zien. Reijenga: ‘Het hele gebied is tot leven gekomen, dat geeft een goed gevoel.’ Ook op andere plekken is een toename van het aantal weidevogels te zien. ‘Mensen zeggen: ‘hé, ik hear de skries wer!’. Dat is mooi, want daar doen we het voor. Door het beheer daar neer te leggen waar de vogels zitten, kunnen we heel gericht aan weidevogelbescherming doen. Samenwerking tussen boeren, natuurbeschermers, waterschap, vogelwachters en jagers en een gebiedsgerichte aanpak is het sleutelwoord’, zegt gebiedscoördinator en melkveehouder Fouke de Vries uit It Heidenskip. Bij de foto's: Melkveehouder Sjirk Reijenga uit Idzega legt zijn collega-melkveehouders uit hoe hij een hoger waterpeil op zijn bedrijf toepast en een plasdras – hier in It Heidenskip -  trekt veel vogels. Foto’s  Ida Hylkema