Strikel: Sotsji forever

Lemmer - SNEEK “Ik had nog nooit van Sotsji gehoord”, bekent opa Strikel. “Maar wat weet je nou echt van Rusland. Toen ik achttien was, was half Nederland nog dienstplichtig. Dan kreeg je raketten van de Amerikanen. En die moesten we op het oosten richten, want daar kwam het gevaar vandaan. Ik heb er ooit eentje zien lanceren. Dat was om te oefenen. Gelukkig is het gevaar nooit gekomen. En wij hoefden er ook niet op af.

En nu Sotsji: 't Is niks en het zal ook nooit wat worden, wijsneusden we eerst. Maar dat dachten ze ook wel e's van een culturele hoofdstad. De hele wereld hing aan de buis voor de wedstrijden, een ijsstadion waar Heerenveen misschien wel jaloers op is, relaxte stranden, en Poetin die Irene Wüst knuffelt!” “Sport verbroedert” constateert tante Clara een beetje aangedaan. “Heb je het gezien? De een was blij met de winst van de ander. En Willem-Alexander en Máxima met die van allemaal. Trotse schaatsouders dacht een commentator. En zo werd Willem van Oranje weer even de Vader des Vaderlands. Iedere keer als er weer Oranje op het podium stond hield ik het niet droog. En wat vond je van de Canadees die tweede werd omdat een vriend zijn plaats afstond? Alleen die miezerige bosjes bloemen! Als de Nederlandse bloemisten de Paus blij kunnen maken. Hadden ze Poetin dan niet eventjes…” Strikel