Minister wil geen uitzondering Hinnepykje

SNEEK - Minister Lodewijk Asscher zegt in een brief aan de Tweede Kamer gestuurd dat hij geen reden ziet een uitzondering te maken voor ’t Hinnepykje binnen de Wet.

Geen salaris is een gevaar voor verdere kwaliteitsverhoging, zegt Asscher. Het werken met onbezoldigde krachten levert een substantieel kostenvoordeel. Andere (commerciële) peuterspeelzalen zullen de behoefte gaan voelen dit ook te doen. Dit levert in de ogen van Asscher een gevaar op voor de professionalisering van de sector en staat daarmee haaks op het streven tot verdere kwaliteitsverhoging te komen.  Geen salaris leidt tot arbeids verdringing en slechtere arbeidsvoorwaarden Assher is van mening dat gediplomeerd personeel een salaris dient te ontvangen. Als dit niet zo is behoort dit naar zijn mening niet tot een normale gang van zaken. Ook wil hij voorkomen dat het in de sector normaal wordt dat door werkgevers de onbezoldigde inzet van professionals wordt gevraagd. Dit zou leiden tot arbeidsverdringing en slechtere arbeidsvoorwaarden. Niels de Bruijn, adviseur namens ’t Hinnepykje reageert: ,, Wij kunnen ons niet vinden in de uitleg van de Minister". Gerda Sluyter, voorzitter: ,,’t Hinnepykje bestaat ruim 35 jaar op vrijwillige basis en al die tijd is het kwaliteitsniveau goed. Dit blijkt uit GGD inspectierapporten. Dat deze aanpak ten koste zou gaan van de professionalisering van de sector wordt niet gedeeld. ’t Hinnepykje is qua omvang bescheiden. Landelijk gaat het om 6 tot 8 vergelijkbare initiatieven en deze bepalen echt niet de professionalisering van de sector.  Als gevolg van de economische crisis en het beperken van de kinderopvangtoeslag is de vraag enorm afgenomen en dat is momenteel een bepalende factor ten aanzien van de kwaliteit." En met het stellen dat gediplomeerd personeel een salaris moet ontvangen gaat Asscher volledig voorbij aan de wens van de vrijwilligers: de belangeloze inzet voor de maatschappij, aldus Niels de Bruijn.En daarbij komt dat Den Haag in de zorgsector een stap terug doet en onder andere de vrijwilliger als oplossing ziet voor het gat dat daar ontstaat en in het geval van de kinderopvang/peuterspeelzaalwerk wordt juist voor betaalde krachten c.q. minder vrijwilligers gepleit. Opmerkelijk is ook dat Asscher voor de OPC’s wel een uitzondering maakt (al is hier geen mogelijkheid meer voor het ontvangen van kinderopvangtoeslag). Bij OPC’s wordt de gehele dag opvang geboden aan kinderen van 0 tot 4 jaar en wordt niet aan de opleidingseis voldaan. Bij ’t Hinnepykje gaat het om een peuterspeelzaal waar kinderen tussen 2,5 en 4 jaar maximaal 2 keer per week 2,5 uur verblijven en de leidsters aan de opleidingseis voldoen. En ’t Hinnepykje draait volledig zonder overheidsbijdrage. Op 26 maart wordt de brief van Asscher behandeld in de Tweede Kamer. Tweede Kamerleden Pieter Heerma (CDA) en Jacques Monasch (PvdA) hebben zich vorig jaar in Den Haag sterk gemaakt voor peuterspeelzaal ’t Hinnepykje in Sneek. Alleen een kamermeerderheid kan de plannen van Asscher nog keren. Als dat niet gebeurt is het aan het College en de Raad van SudwestFryslân en aan de GGD om een oordeel over het lot van ’t Hinnepykje te vellen. Asscher geeft namelijk aan dat het aan hen is om over deze specifieke situatie te oordelen. In het standpunt van de leidsters is niks gewijzigd: zij laten zich door Asscher niet de mogelijkheid ontnemen zich als vrijwillige peuterleidsters belangeloos in te zetten voor de maatschappij. Dan wordt de deur van ’t Hinnepykje na ruim 35 jaar gesloten. Op de foto burgemeester Hayo Apotheker op archieffoto  tijdens een voorleessessie in 't Hinnepykje.