Gerrit Breteler voorziet fair trade tsunami

FRYSLAN - Fryslân heeft de ambitie uitgesproken om in 2015 de eerste Fairtrade Provincie zijn. Daarom interviewt centrum Tûmba deze zomer bekende Friezen over hun inspanningen voor een betere wereld. Deze week: Gerrit Breteler, kunstenaar, schrijver, zanger en bovenal filosofisch mens.

We zitten in de zon, in de tuin naast de boerderij van Gerrit Breteler, tussen Nes en Oosternijkerk. Kippen scharrelen rond, de poezen soezen en de hond hapt naar muggen. Overal rondom de prachtige pleats zijn doorkijkjes die verzichten bieden op het noordoostelijke Friese land. ,,De luxe hier te zitten en in alle rust te praten over fair trade, terwijl wij ons nog nooit zorgen hebben hoeven maken over eten’’, peinst Breteler hardop. ,,Wij denken te weten wat er elders in de wereld gebeurt, maar als naoorlogse generaties hebben we geen idee van de armoede, de honger en het onrecht in ontwikkelingslanden. Want wij ondervinden het niet aan den lijve. Daarom vraag ik me af: hebben wij ten diepste echt de intentie om eerlijk te delen? Zit die solidariteit nog wel in ons systeem?’’ ,,Fair trade producten zie ik vooral als reminders: o ja, er is nog een wereld buiten onze verwende consumeermaatschappij. Al zijn het maar piepkleine speldenprikjes, want wij consumenten – en daar reken ik mezelf natuurlijk ook toe – hebben een dikke huid. Letterlijk, omdat we weldoorvoed zijn, maar ook figuurlijk, door cynisme en sarcasme: wat kunnen wij nu aan de situatie veranderen? En een tikkeltje naïviteit misschien. Want we gedragen ons in Nederland alsof er nooit een einde aan de overvloed zal komen. Net als de meeste mensen juich ik idealen als fair trade van harte toe. Maar hoe zorgen we voor een eerlijke verdeling als we zo vastzitten in de complexe en logge structuren die we hebben gecreëerd? Het kopen van fair trade producten is in ieder geval een begin. Met de acties tegen plofkippen hebben we ook gezien dat het werkt. Oprecht beginnen bij de basis en op den duur ontstaat vanzelf effect, als een sneeuwbal die steeds groter wordt.’’ Of het bij fair trade net zo vanzelf gaat, daar plaatst Breteler vraagtekens bij. ,,Daarvoor zijn systemen teveel met elkaar verknoopt. Bovendien zijn we te ver doorgeslagen in de drang naar vooruitgang”, vindt hij. ,,We stomen maar door, zonder ons af te vragen of de manier waarop wij nu leven werkelijk is wat we willen. De industrialisering heeft effecten die we nog steeds niet goed overzien. En helder is nu al dat we meer schade aanbrengen en bovendien veel mensen buiten spel zetten. Onder het mom van ontwikkelingssamenwerking helpen we arme landen op weg naar diezelfde groei, maar misschien lacht die kleine boer met zijn drie koeien ons wel uit, omdat hij in balans leeft met zijn omgeving. Waarmee ik wil zeggen: we verkondigen vanuit het rijke Westen ons evangelie, maar hebben wij wel de wijsheid in pacht?’’ ,,Om de wereld een beetje beter te maken, moeten we misschien juist een paar stappen terug doen. Net zomin als ik weinig heb in te brengen tegen het getij of de zwaartekracht, kan ik ook weinig inbrengen tegen vooruitgang. Maar je kunt wel discussiëren over wat vooruitgang eigenlijk is en door eigen gedrag een beetje sturen. Veel van onze zogenaamde vooruitgang is slechts schuim. Op zee ontwikkelt schuim zich pas als de golf alweer inzakt en vervolgens spat het uiteen. Intussen ontstaat een nieuwe, andere golfbeweging. Initiatieven voor een eerlijke, duurzame wereld gaan heel langzaam, maar er zit wel degelijk ontwikkeling in. Door de globalisering kan die nieuwe golf een ware fair trade tsunami worden. Als een kritische massa haar verantwoordelijkheid neemt, dán volgt die omslag vanzelf.’’