Erwin Wiersinga geeft concert in Martinikerk

Sneek - Het orgel in de Martinikerk wordt maandag 24 juli bespeeld door Erwin Wersinga, de titularis-organist van de Martinikerk in Groningen. Hij is in Sneek geen onbekende. Sinds de restauratie van het Schnitgerorgel in 1988 is Wiersinga hier met regelmaat te beluisteren. Hij speelt deze keer een tamelijk traditioneel programma met werken van onder anderen Bach, Mendelssohn en Louis Vierne. Het concert begint om acht uur. 

Erwin Wiersinga (*1962) studeerde aan het Stedelijk Conservatorium te Groningen bij Wim van Beek en behaalde het diploma Uitvoerend Musicus met onderscheiding. Ook behaalde hij het diploma UM voor piano. Hij concerteerde in vele Europese landen, alsmede in Korea, China, Japan en de Verenigde Staten. Recent trad hij met het Concertgebouworkest op in de Carnegiehallte New York. Erwin Wiersinga is organist van de Hervormde kerk in Roden en titulair organist van de Martinikerk in Groningen. Hij is orgeldocent aan de Universität der Kunste te Berlijn en aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen. Het concert van Wiersinga is het derde concert op rij dat door een gastorganst wordt gegeven. Na Rien Donkersloot en Ignace Michiels is het dus nu Erwin Wiersinga die de kwaliteiten van het Schnitger-Van Damorgel etaleert. De leerling van de onlangs overleden Wim van Beek doet dit in een programma dat de aandacht heel gelijkmatig verdeelt over Barok en Romantiek.Wiersinga opent met Mendelssohns Derde Sonate en switcht dan naar Bach met een van diens grote koralbewerkingen over “Allein Gott in der Höh'  sei Ehr” (BWV 663). Van de destijds zeer beroemde Duitse organist Johann Schneider (1702-1788) speelt hij een ambitieuze serie variationen over een thema in A. Vervolgens wendt Wiersinga de steven naar de Franse romantiek met het Cantabile en Si majeur van César Franck en een aantal kleinere werken van componisten als Albert Alain (de vader van de veel bekendere Jehan Alain), Jean Langlais, Gaston Litaize en André Fleury. Voor het slot van zijn programma grijpt Erwin Wiersinga naar het ijzeren repertoire, namelijk het eerste en laatse deel uit de “Premiere Symphonie pour Grand Orgue van Louis Vierne.