COLUMN | Verkiezingswonder

Als schooljongen was ik al geboeid door de verkiezingen en alle verschijnselen eromheen. Zo waren in de Sneker Noorderhoek -waar ik opgroeide- in verkiezingstijd opvallend veel huizen bontgekleurd door posters. Geluidswagens tetterden politieke boodschappen luidruchtig door de straten. Op mijn vijftiende werkte ik als zaterdaghulp bij een melkboer, de verkiezingen waren het gesprek van de dag. Mijn baas luisterde aandachtig naar zijn klanten en knikte begrijpend. Over zijn eigen politieke voorkeur liet hij niets los. “Want uiteindelijk blijft niets geheim en ik wil niemand beïnvloeden”, fluisterde hij.

Het is een zegen dat we als bevolking invloed hebben op het landsbestuur. Stemrecht is wereldwijd niet vanzelfsprekend. Ook in Nederland is het kiesrecht geen eeuwenoud verschijnsel. Mannen hebben sinds 1917 algemeen kiesrecht, vrouwen mochten pas in 1919 voor het eerst naar de stembus. Tijdens verkiezingstijd kan het er in de strijd om de kiezersgunst heet aan toegaan. De emoties van winnaars en verliezers kunnen hoog oplopen. Soms extreem hoog. Dit bleek onlangs nog toen president Trump zijn verlies niet accepteerde en zijn aanhangers opriep het Capitool te bestormen. Nota bene hét symbool van de Amerikaanse democratie.

Op 17 maart mogen we coronaproof stemmen voor de Tweede Kamer. Het feitelijke stemmen gebeurt individueel en geheim in een stemhokje. Aan het einde van de verkiezingsdag voltrekt zich echter een wonder. Van Dearsum tot Balk, en van Heeg tot Scharnegoutum is de trend van de uitslagen waarschijnlijk hetzelfde, bijvoorbeeld een stijging voor partij A, een lichte daling voor partij B en partij C is de grote overwinnaar. Het lijkt wel alsof een ‘onzichtbare hand’ overal in het land dezelfde vakjes rood inkleurde.

Ons individuele stemgedrag wordt -onbewust - beïnvloed. Er zijn vele belanghebbende machten en krachten in de weer die onze keuzes in een bepaalde richting stuwen. Natuurlijk spelen de politieke partijen daarbij een hoofdrol, maar ook vakbonden, werkgeversorganisaties, de milieubeweging, Amnesty International, kerken enzovoort laten zich gelden. De media fungeren als middel om de politieke boodschappen te brengen en te duiden. Zo ontstaat in de publieke opinie een sterk gemeenschappelijk beeld over de deelnemende politieke partijen en hun kandidaten. Beelden die vervolgens veel invloed hebben op het gedrag in het stemhokje. Individuele keuzen blijken minder ‘eigen’ dan vaak gedacht, hoe geheim de verkiezingen ook zijn. Mijn baas de melkboer had dit destijds al ragfijn in de gaten.

Harrie Dijkstra.