Archeologen stuiten op kasteeltje Warns

Archeologen hebben bij Warns de sporen gevonden van een middeleeuwse stins. Opgegraven kogels van een geweer en een kanon wijzen op oorlogsvoering.

Er zijn sterke aanwijzingen dat het de Sytzama-stins betreft, zegt gemeentearcheoloog Yvonne Boonstra. Historici kennen dit kasteeltje uit de middeleeuwse kronieken: de Schieringer kasteelvrouwe Ats Bonningha verdedigde de stins in 1494 tegen een aanval van de Vetkoperse edelman Douwe Galama. Uiteindelijk zou hij de stins verwoesten.

Omstreeks 1739 was in het landschap nog altijd een heuveltje (stinswier) te zien, waarop het kasteeltje vermoedelijk gestaan moet hebben. Archeologen van bureau Raap stuitten hier in de afgelopen weken op sporen op uit de middeleeuwen. Hun onderzoek is een voorbereiding op de aanleg van de nieuwe rondweg rond Warns.

,,Ze vonden puinsporen, grachten en aardewerk uit die tijd’’, vertelt Boonstra. Er werden ook stukken kloostermop (middeleeuwse baksteen) gevonden. Friesland telde aan het einde van de middeleeuwen zo’n zevenhonderd stinzen. De Schierstins in Feanwâlden is het enige exemplaar dat gaaf bewaard is gebleven.

Deskundigen vinden archeologische stinsvondsten van groot belang: ze kunnen meer vertellen over de bouw, de oorlogsvoering en de verdediging in de middeleeuwen. Vooral aan het einde van de vijftiende eeuw werden de kasteeltjes op grote schaal verwoest bij de gewapende vetes tussen verschillende Friese families en ‘clans’.