COLUMN | Werken in de ‘speeltuin’

Mijn ooms staken er de draak mee. Hoewel mijn eerste baas het me afraadde ging ik in 1961 naar de gemeente als technisch tekenaar. De overall maakte plaatst voor het colbertje. Mijn ouders moedigden het aan. ‘By de gemeente sitst gebeiteld’, dat was de algemene opvatting. ‘Giest yn de speeltún wurkjen’, sei omke Oane. Ja, ja! Het werkklimaat was relaxt.

Terwijl ik bij de timmerman om 7 uur al in de klompen stond, deed ik mijn schoenen pas om vijf voor half negen aan om op het fietsje in 5 minuten in het gemeentehuis te zijn. En nóg kwamen veel ambtenaren dan later. Een raadslid stelde dat eens aan de orde. Hij bleek 2 maanden lang iedereen in kaart gebracht te hebben. Moeten ze overal maar doen.

Ik leerde er veel, maar bouwkundig viel me dat tegen. Vooral op het gebied van Landmeten en Waterpassen in de waterbouwkunde leerde ik van die tak van sport veel. Van zowat alle dorpen heb ik met een maat de bestaande rioleringsstelsels in kaart gebracht. Ook voor weg- en straatuitbreidingen moest ik wegentracés met dwarsprofielen tekenen, etc.

Mijn belangstelling lag toch meer in het uittekenen van bouwkundige zaken. Er zat genoeg kennis daar, maar gebouwen uittekenen onder regie van de gemeente gebeurde in die tijd niet veel. Tekeningen voor een dorpshuis, een huis in Holwerd, een verkleedgelegenheid bij het sportveld in Ternaard, een paar verbouwinkjes van sociale woningen, dat was het wel zo’n beetje. Maar het meeste wat ik daar tekende kwam in archiefkasten terecht. Dat begon me te vervelen. Dedden, zijn zoon is directeur van Friso, was een collega. Hij hield zich met bouwvergunningen bezig. Ik hielp hem wel.

Detailuitwerkingen maken van uitbreidingsplannen voor dorpen in de gemeente was ook aan de orde. Ik herinner me dat Ir. Vijn, de stedenbouwkundige, ontwerpen maakte. Met zijn rode potlood stond hij eens gebogen over een dorpsplattegrond. Hij maakte een plan waarbij hij de weg vanaf Leeuwarden naar Ternaard domweg rechtdoor trok, dwars door Holwerd heen. Alles aan bebouwing moest maar opgeruimd worden. Dát was toen de visie van verkeerskundigen als Ir. Goudappel. Als snotneus zei ik toen tegen Vijn: ‘Dat doe je toch niet?’ Hij keek me aan, maar zei niets. Het is niet gebeurd! Ik verbeeld me dat ik de redding voor het dorpsgezicht van Holwerd ben geweest (haha). In die paar jaar dat ik er werkte was er een ambitieuze burgemeester. Hij liep warm voor een afsluitdam naar Ameland. Ook dát heb ik tegengehouden (!).

Met mijn opleiding voor docent Bouwkunde vorderde ik gestaag. Ik wílde verder, de wereld in. De directeur van Gemeentewerken bood me een vaste baan aan en een rangverhoging. Tja, de onrust was er. Bij een sollicitatie bij de NTS in Bussum als bouwkundige boden ze me financieel niet genoeg. Dan maar dichterbij. Het werd een architectenbureau in Drachten. Ik schrijf nog wel eens een column met wat anekdotische voorvallen over die periode. In 1968 kwam het leraarschap. Geen speeltuin.

Joute de Graaf.