Boer schiet hond van de buurman dood in Hemelum: voorwaardelijke werkstraf

Het doodschieten van de hond van zijn buurman leverde een melkveehouder uit Hemelum maandag bij de politierechter een voorwaardelijke werkstraf op van 30 uur.

De boer had de hond, een Kaukasische herder van ongeveer een jaar oud, begin juni 2018 met zijn jachtgeweer doodgeschoten omdat het dier tussen zijn pinken liep. Volgens de boer was de hond bezig de jonge runderen op te jagen en maakte hij hapbewegingen. De pinken waren volgens de man „helemaal gek”. Hij was net weg bij de boerderij om benzine te halen voor de zitmaaier toen hij een telefoontje van zijn vrouw kreeg. De vrouw, op dat moment was ze zwanger, was volgens de boer „helemaal in paniek”.

Toen hij thuiskwam zag hij de grote herder tussen de pinken lopen. „Het enige dat ik dacht was dat die hond weg moest”, aldus de verdachte. „In een flits” pakte hij zijn geweer en liep hij naar buiten. Volgens de boer sprong de hond over een sloot en kwam hij recht op hem afstormen. Toen een waarschuwingsschot niets uithaalde, zag hij geen andere mogelijkheid dan het dier af te schieten. „Het was hij of ik”, zei de man.

De hond was vaker bij hem op het erf geweest en hij had de buurman ook al meer dan eens gewaarschuwd. Bij een van die confrontaties zou hij gezegd hebben dat de buurman zijn hond op het erf moest houden, anders zou hij de herder „kapot schieten”. Volgens officier van justitie Erik Veen kwam de man pas op de zitting met het verhaal kwam dat de hond op hem af kwam. Bij de politie had de man gezegd dat hij de hond had doodgeschoten om zijn pinken te beschermen.

Veen was het dan ook niet eens met het pleidooi van advocaat Jan Douwes. Die had geopperd dat zijn cliënt uit noodweer had gehandeld en dus ontslagen moest worden van rechtsvervolging. Rechter Klaas Bunk zag ook niets in het noodweerverweer. „U hebt het recht in eigen hand genomen en dat keur ik niet goed”, sprak de rechter. Bunk hield er wel rekening mee dat er sprake was van een langlopend conflict en dat de man te maken kreeg met een hond die niet op zijn eigen erf wilde blijven.

„Dat keur ik absoluut niet goed, maar u had het anders moeten doen”, sprak de rechter vermanend. De officier had even eerder al gezegd dat de buurman „meer acht had moeten slaan op zijn hond”. De man kreeg een voorwaardelijke werkstraf van 30 uur. Veen had 30 uur onvoorwaardelijk geëist. De schadeclaim van de buurman, onder andere voor de kosten van een dierenarts en de aanschaf van een pup, verklaarde de rechter niet-ontvankelijk. De boer is door het incident zijn jachtakte kwijtgeraakt.