Padel geen kwestie van hard rammen

UITWELLINGERGA/SNEEK Padel is de snelstgroeiende racketsport ter wereld. Ook Friesland raakt steeds enthousiaster over de kruising tussen tennis en squash. Er verschijnen steeds meer banen en verenigingen zien het ledenaantal stijgen dankzij enthousiaste padelspelers. ,,Het is uitdagender en spectaculairder dan tennis. Dit gaat zeker olympisch worden.”

Jelle de Roos uit Uitwellingerga was jarenlang een fanatiek tennisser, maar door een auto-ongeluk lag hij fysiek en mentaal flink in de kreukels. ,,Nadat ik een tijd niks had kunnen doen, wilde ik toch weer de tennisbaan op. Alleen bleek het bovenhands serveren een hele opgave voor me.” Tennis spelen zoals hij dat altijd gedaan had, bleek vrijwel onmogelijk. Bij toeval zag hij in Joure een keer padel en toen ging er een wereld voor De Roos open. ,,Je serveert onderhands, dat was al een plus, maar ik zag een geweldige sport. Bij tennis heb je het punt gewonnen als je de bal langs iemand slaat, maar bij padel zijn er wanden rond het veld en komt die bal gewoon terug. Het is driedimensionaal, fantastisch.”

In eerste instantie wisselde De Roos (62) zijn oude liefde tennis nog af met padel, maar de verliefdheid won uiteindelijk. ,,Het lijkt op tennis aan de buitenkant, maar het is zo’n ander spelletje. De techniek is anders, de dynamiek nog meer.” Drie jaar geleden legde hij zijn tennisracket in de kast en hij heeft hem sindsdien nog geen seconde gemist.

,,Eigenlijk is bij padel alleen de puntentelling hetzelfde als in het tennis. Het racket heeft geen snaren, maar is een massief blad met gaten er in. De bal is zachter. En je speelt altijd in een dubbel.” Het is bovendien een sport die veel mensen makkelijk oppikken stelt De Roos, in het verleden ook werkzaam als tennisleraar. ,,Voordat je tennis echt een beetje goed onder de knie hebt, ben je tien jaar verder. Er zijn zoveel grepen en technieken die je moet weten en beheersen. Een echte rally speel je pas na een jaar of vijf à zes.”

,,Stel dat je mij vier voetballers geeft, dan leg ik die wat kleine dingen uit en tien minuten later spelen ze al leuk een potje padel.” Het is niet voor niets dat oud-internationals als Robin van Persie en Arjen Robben al een aantal jaar fanatiek padel spelen. ,,Voetballers, maar ook andere balsporters in teamverband, hebben vaak een goed gevoel voor ruimte en dat is bij padel heel belangrijk. Daardoor pakken ze het gauw op. Ze zijn vaak in staat al een actie vooruit te denken. Als ik dit doe met de bal, dan doen zij dit en dan kan ik weer zo reageren.”

De Roos staat regelmatig op de baan met Robben, die hij ooit een keer trof tijdens een wedstrijd. Ze hadden een goede klik en daarom zoeken ze elkaar af en toe op voor een vriendschappelijk potje. ,,En het is ongelooflijk, maar zelfs dan trekt Arjen veel bekijks. Ik moest daar wel even aan wennen de eerste keer, maar voor hem is dat normaal en hij gaat er ook heel ontspannen mee om.”

In Latijns-Amerika, waar de sport in 1969 in Mexico ontstond toen een rijke zakenman graag een tennisbaan in zijn tuin wilde maar daar niet genoeg ruimte voor had en dus voor een ommuurde baan van 10 bij 20 meter koos, en Spanje is padel een grote sport. De beste spelers en speelsters zijn echte sterren en wedstrijden worden gespeeld voor volle tribunes. ,,In Spanje is het na voetbal de populairste sport”, weet De Roos. ,,Hele gezinnen gaan daar in het weekeinde naar de baan, spelen dan tegen elkaar, gaan lunchen, en spelen daarna weer. Het is wat bij ons zeilen of schaatsen is.”

Zo hard zal het in Nederland niet direct gaan, maar De Roos hoopt wel dat de laagdrempeligheid die bij de sport hoort hier bewaard blijft. Hij vindt het mooi dat er steeds meer banen komen, maar is ook enigszins bevreesd dat daar in een aantal gevallen een stevig verdienmodel aan gekoppeld is. ,,Maar dat hoort helemaal niet meer bij sport. In het begin was het een sport van de elite, maar nu is padel van de gewone man of vrouw. Dat moet het blijven.”

De Roos hoopt dat de eerste Friese padelvereniging niet lang meer op zich laat wachten. ,,We zijn met een aantal enthousiaste koppen al aan het kijken wat er mogelijk is.” Daarbij hopen ze ook dat er in de regio - bij De Vliegende Bal in Sneek zijn al wel twee buitenbanen - mogelijkheden zijn om een indoorbaan te creëren. Op die manier kan er ook in het najaar gespeeld worden. Een beetje padelspeler is niet bang voor een beetje regen, maar dat heeft nogal een impact op het spel. ,,Zelfs dauw is al lastig. Als dat op de glazen wand zit en de bal komt er tegenaan, dan valt de bal eigenlijk dood neer in plaats van dat hij stuitert. En dat is nu net de essentie ban het spel”, lacht De Roos. ,,Dus het zou geweldig zijn als we ergens in Sneek, of elders in Friesland, een hal van 7 of 8 meter, misschien zelfs 9 meter, hoog kunnen vinden waar we een of meerdere banen kunnen neerzetten.”

Ook rolstoelers kunnen padel prima spelen. ,,We hebben het laatst zelf een keer geprobeerd, een mix dubbel met twee rolstoeltennissers. Ze moesten even wennen, maar uiteindelijk vonden ze het geweldig. Voor hen is het ideaal dat de bal via de wand toch weer terugkomt en ze hem dan alsnog kunnen spelen. Zo krijg je veel meer rally’s. Dat is ook echt een verschil met tennis. Daar heb je spelers die met de helft van hun opslagen direct een punt scoren en zo wedstrijden winnen. Bij padel is het serveren, een return, een volley en dan begint de rally, het schaken eigenlijk pas.” Niet de wet van de sterkste, maar die van de slimste is bepalend op de baan. ,,Hoe hard je ook slaat, de bal komt altijd wel een keer terug. Dit wordt op zeker een olympische sport en snel ook.”

Niels van Marle.