VC Sneek-trainer Jeffrey Scharbaai zet de zaken met een lach om

SNEEK Jeffrey Scharbaai had zich zijn nieuwe klus als hoofdtrainer in de eredivisie volleybal anders voorgesteld. Al een paar weken is het met de vrouwen van VC Sneek behelpen op de trainingen en van inslijpen van strategieën is al helemaal geen sprake. Maar de enthousiaste Twent blijft lachen. ,,Het is hoe dan ook genieten om bij deze mooie club te mogen werken.”

Soms is het wel prettig dat Jeffrey Scharbaai na een training nog minimaal anderhalf uur in de auto zit, op weg naar huis in het Twentse Delden. Tegen de tijd dat de trainer zijn auto parkeert, zijn alle gedachten en indrukken geordend en kan hij met een opgeruimd hoofd zijn bed opzoeken. ,,Zeker op de terugweg, als het ook rustiger is wat betreft ander verkeer op de weg, heb ik alle tijd om even te brainstormen. Dat is lekker, ja.”

Want het is puzzelen geweest, de laatste weken, voor de 44-jarige Scharbaai. In de zomerperiode kon hij de speelsters van Sneek op normale wijze onder handen nemen en wegwijs maken in zijn visie op volleybal. Maar sinds begin oktober, de eredivisie had er net één speelronde opzitten (3-0 zege tegen FAST), volgde beperking op beperking.

De situatie is momenteel zo dat er maximaal twee speelsters op een veld mogen staan, dat normaal gesproken in een wedstrijd bespeeld wordt door twaalf. ,,Bepaald niet ideaal”, aldus Scharbaai. ,,Je kunt op geen enkele wijze trainen op je tactische plan. Hoe je wilt dat de meiden met elkaar samenspelen.”

Trainingsuren zijn doormidden geknipt om maar zoveel mogelijk ruimte te hebben om iedereen in duo’s aan de slag te laten gaan in de Sneker Sporthal. Maar voor Scharbaai is het glas desondanks eerder halfvol dan halfleeg, zo blijkt. ,,We kunnen nu wél heel gedetailleerd werken aan dingen waar je normaal gesproken tijdens het seizoen minder aan toe komt. We proberen de speelsters bijvoorbeeld een stap te laten maken in hun passing. Maar ik zal eerlijk toegeven dat dat wel zo’n beetje het enige voordeel is aan deze hele situatie.”

Onduidelijk is nog altijd waar hij zijn groep naartoe moet laten werken. Na een intensieve voorbereiding was er begin oktober de strijd om de Supercup (nederlaag tegen Sliedrecht Sport), een week later gevolgd door de competitiestart. Daar bleef het dus bij en een datum voor de herstart van de competitie is er (nog) niet. ,,Dat is wel lastig. Je wilt als trainer, samen met de technische staf, en als team ergens naartoe werken. Een piekmoment. Maar niemand die ons nu kan vertellen wanneer we weer zover moeten zijn.”

Er liggen op de burelen van volleybalbond Nevobo diverse scenario’s klaar voor wanneer er groen licht komt vanuit de overheid. ,,Ze zijn er heel hard mee bezig, samen met sportkoepel NOC-NSF, om er voor te zorgen dat we als eredivisieclubs zo snel mogelijk weer los mogen. Maar hoe dan ook hebben we zeker twee weken nodig voordat we weer een wedstrijd kunnen spelen.”

Het is afwachten wat de volleybalbond doet met de opzet van de competitie. Een gehalveerd seizoen lijkt inmiddels onafwendbaar.

Voor het seizoen formuleerde Sneek de doelstelling om bij de eerste ploegen te eindigen en zo deelname aan de play-offs om de landstitel te verzekeren. Die ambitie blijft overeind stelt Scharbaai. ,,Er is genoeg concurrentie, maar ik vind dat we de kwaliteiten hebben om daar voor te gaan. En de andere teams hebben net zo veel last van de maatregelen als wij, dus daar zit geen verschil in.” Daarnaast heeft Sneek niet al te veel wijzigingen ondergaan in de zomer. ,,De kern is gebleven. Dat is ook een belangrijk punt.”

Jeffrey Scharbaai had dit volleybalseizoen eigenlijk wat rust willen pakken. De afgelopen jaren was hij assistent-coach van de zeer ervaren Jan Berendsen bij Eurosped. ,,Ik heb veel geleerd van Jan, die ik twintig jaar eerder als beginnend trainer ook al had meegemaakt.”

Hij leek voorbestemd het over te gaan nemen van Berendsen, maar toen die besloot nog een jaar langer werkzaam te blijven bij de club uit Vroomshoop, koos Scharbaai bewust voor een stap terug en meer tijd voor zijn gezin met vier kinderen.

Totdat Henriëtte ter Steege contact zocht. Zij was het seizoen 2019-2020 begonnen als assistent-coach, maar nadat zij Paul Oosterhof tussentijds opvolgde - de Groninger vond de combinatie met zijn baan lastig en zag zijn team bovendien de eerste vijf wedstrijden verliezen - behaalde Sneek alsnog de top-4 en de halve finale van de beker.

„Jet (Ter Steege, red.) en ik kennen elkaar al heel lang. Zij vertelde me dat het voor Sneek heel lastig bleek een eredivisiewaardige trainer voor de groep te krijgen. De club had wel gesproken met kandidaten, maar de juiste zat er kennelijk niet tussen.”

Van het een kwam al heel vlot het ander. De reisafstand was nog even een dingetje, maar Scharbaai zag kansen in combinatie met zijn baan als vertegenwoordiger van een bedrijf uit Enschede. ,,Ik moet daarvoor ook regelmatig naar Groningen, Friesland en Drenthe. Van daaruit zou ik dan doorrijden naar Sneek en dan viel het allemaal wel mee.” Dat plan is nog niet echt uit de verf gekomen, want door de coronacrisis is het autorijden namens de zaak tot een minimum beperkt.

Scharbaai wilde graag naar Sneek. ,,Een schitterende club, met veel historie. Het leek me altijd al geweldig om bij zo’n soort club aan de slag te mogen. En natuurlijk wist ik van de wedstrijden die we met Eurosped tegen Sneek speelden, dat ze een goede ploeg hadden.”

Daarnaast maakte de coach ooit de afspraak met zichzelf om de kans bij een eredivisieclub als hoofdtrainer aan de slag te gaan nooit af te slaan. ,,Je weet nooit of je die kans nog een keer krijgt. En ook thuis zagen ze het zitten en gunden ze me deze uitdaging.”

Hij voelde zich al snel thuis in Sneek. ,,Ik denk dat de mentaliteit in Friesland en Twente wel overeenkomt. Nuchter en rechttoe rechtaan. Dat past bij mij. En de mensen bij de club zijn ge-wel-dig, ik kan niet anders zeggen.”

Wekelijks heeft Scharbaai contact met het bestuur en hij merkt dat de beleidsbepalers van de club altijd bereid zijn energie te steken in wat er ook maar nodig is. ,,Ze regelen van alles. Kijk alleen maar naar de afgelopen maanden. Dat vergt heeft veel van bestuursleden - en ook de andere vrijwilligers uiteraard. Iedereen heeft ook zijn of haar eigen verplichtingen qua werk en privé, maar ze zorgen er desondanks voor dat alles soepel loopt. Daar heb ik veel respect voor en het zegt, voor mij, heel veel over de vereniging die Sneek is.”

Zelf doet hij er alles aan ook de beste coach te zijn die hij kan zijn. ,,Ik vind dat ik altijd op de hoogte moet zijn als het gaat om trainingstechnieken en -methodes. Als coach moet je met je sport meegroeien.” Volleybal van nu is anders dan tien jaar geleden, zoals dat weer een ander spel was dan nóg tien jaar eerder.

,,Ik vind het motorisch leren heel interessant.” Daarbij worden via trainingen op bepaalde accenten en doelen die beter moeten specifieke bewegingen in het geheugen van een volleybalster gegrift. Het moet speelsters helpen dingen op te lossen op een manier die ze niet gewend zijn. Niet veilig een bal over het net slaan, maar risico nemen door een hoek te maken die niet eerder was bedacht. ,,Geen fout willen maken, brengt je ook nergens.” Het moet het spel van Sneek gevarieerder maken en daarbij nog lastiger te lezen door de tegenstander.

Verder is Scharbaai een sociale trainer. ,,Misschien soms wel eens iets te sociaal. Maar ik vind het belangrijk dat de speelsters plezier hebben. Niet dat ze maar de hele tijd lekker kunnen ouwehoeren hoor, zo is het ook niet. Maar mijn insteek is wel dat wanneer de meiden lol hebben het makkelijker is om het niveau te bereiken dat we nastreven en wat nodig is om goed te presteren.”

Dat lijkt een aanpak die goed past bij Sneek. Scharbaai, met een grote lach. ,,Ik had het er laatst met Roos (van Wijnen, red.) over dat we straks misschien nog maar een keer op trainingsweekend moeten als de competitie weer van start gaat. Nou, die zag het al helemaal voor zich om weer met zijn allen in een hotelletje te zitten, hard te trainen en veel plezier te maken. Laten we hopen dat dat snel kan.”

Niels van Marle.