COLUMN | Op vakantie, gewoon heel bijzonder

Hartstochtelijk gejuich klonk op in vele huiskamers toen premier Rutte op een persconferentie aankondigde dat de zomervakanties konden doorgaan. Uiteraard wel met de nodige beperkingen. Het besmettelijke coronavirus bleef immers verraderlijk op de loer liggen. Direct na deze goede tijding ontstond een run op het boeken van een hotelkamer, camping, boot of zomerhuisje.

Meer toeristen dan ooit wisten vanwege de coronacrisis dit jaar Súdwest-Fryslân te vinden. Het fraaie zomerweer lokte de laatste twijfelaars. Crisis of niet, vakanties zijn voor de meeste mensen een onmisbaar onderdeel van hun vaste leefpatroon. Voor velen is het tegenwoordig volstrekt normaal om twee of drie keer per jaar op vakantie te gaan, exclusief een stedentrip.

Van de interessante tv-serie ‘Nederland op film’ bekeek ik laatst een aflevering over vakanties. Er wordt daarin een beeld geschetst van de ontwikkeling van het toerisme in Nederland. Op vakantie gaan was enkele decennia terug zeer uitzonderlijk, maar werd snel gewoon. Zo genoten bouwvakkers in 1958 van hun driedaagse (!) zomervakantie. Een werkweek in de bouw telde destijds nog zes dagen. Pas vanaf de zeventiger jaren werd een meerdaagse vakantie voor de grote massa bereikbaar.

Op vakantie gaan is een ‘uitvinding’ van de zeer rijken. Het doel was de wereld verkennen, bijvoorbeeld via een ‘grand tour’ voor de adellijke mannelijke jeugd. Mogelijk was de leefstijl van de elite -plus de bijbehorende status- een lonkend voorbeeld voor de middenklasse. Hoe het ook zij, het reizen en trekken werden met het stijgen van de inkomens steeds populairder. Verbazingwekkend snel werden vakanties een vast onderdeel van de vrijetijdsbesteding.

Gewoontegetrouw zijn de bungalowtenten alweer netjes opgeborgen. Staan caravans en campers schoongepoetst in hun winterstallingen en liggen de boten winterklaar afgemeerd in de havens. Allemaal gebruiksklaar voor een volgende vakantie. Maar wanneer kan en mag het weer? Het ‘oude normaal’ is nog ver weg. Een nieuwe vloed aan besmettingen kan ons zomaar overspoelen. De coronacrisis doet ons beseffen dat niets blijvend en vanzelfsprekend is en dat ‘gewoon’ op vakantie gaan, eigenlijk wel heel bijzonder is.

Harrie Dijkstra.