Varend erfgoed in ’Olympysk swimbad’

SNEEK - In opdracht van oud-IFKS kampioen Sikke Heerschop is aan de Houkesloot in Sneek een moderne jachthaven gemaakt speciaal voor skûtsjes en volgschepen. Het is min of meer een modern museum met varend erfgoed, met als één van de blikvangers een, na en lange speurtocht in Engeland teruggevonden, voor een tjalk geruild en weer wedstrijdklaar gemaakt, piipster skûtsje.

Kort bij de vaste ligplaats van de Sneker Pan biedt de nieuwe haven veertien ligplaatsen voor skûtsjes en volgschepen. Elke box van 25 meter lang heeft een eigen stroom-, wifi-, water- en vuilwatervoorziening. Vastgoedondernemer Sikke Heerschop die zelf vijf plaatsen gebruikt voor zijn eigen vloot is trots op de met camerabewaking uitgeruste verhuurhaven in Sneek. Hij noemt het gekscherend een ’Olympysk swimbad mei âlde skippen’.

Sikke Heerschop zijn vergelijking met een zwembad is zo gek nog niet. Dat komt vooral door de roestvaststalen zwemtrappen. Die roepen een beeld van een zwembad op. De zwemtrappen zijn overigens geen overdreven luxe, weet de 64-jarige skût-sjeman. Net als in stadsgrachten is het voor iemand die per ongeluk te water raakt zonder een dergelijke voorziening namelijk een helse toer om bij de hoge kades op te klimmen. ,,En we moatte hjir gjin grappen ha”, zegt de initiatiefnemer van de haven. Die is hufterproof en al.

Tegenover Stork is de haven aangelegd door Atsma Grond- en Waterwerken uit Uitwellingerga. Het oude haventje dat vroeger plaats bood aan de vaartuigen van de waterpolitie was hard aan vervanging toe. Aan de Oude Oppenhuizerweg, ter hoogte van de plaats waar ooit ook de voormalige jachtwerf Potma zat, is gebruik makend van onder andere stalen damwandprofielen geen half werk geleverd.

Oorspronkelijk was het plan om de haven in maart officieel in gebruik te nemen, vertelt de wel voor een feestje te porren Heerschop. Helaas gooide het coronavirus roet in het schippersmaal. Ook de doop van het het in ere herstelde skûtsje ‘Zes Gebroeders’ / ‘Nooit Volmaakt’ viel in het water. Dit schip was lange tijd zoek en is door Sikke Heerschop en companen van ’Foar de neiteam’ na vele jaren speurwerk teruggevonden in Engeland.

Prachtig voor alle betrokkenen was het moment vorige week woensdag toen het schip, waarvan de naam nog even geheim blijft, voor het eerst werd opgetuigd. Heerschop prijst de mannen van scheepswerf Ten Woude in IJlst die het 3,75 meter brede schip vakbekwaam hebben verlengd tot 19,98 meter.

Een plaatje is het skûtsje, onder andere voorzien van nieuw rondhout en zwaarden. De oude, deels weggerotte houten zwaarden en het roer, zijn bewaard. Ze liggen bij de loods van Heerschop tegenover zijn nieuwe haven. Hij noemt het een soort skûtsjemuseum met opslag voor de wedstrijdmateriaal van de IFKS, beugels voor het rondhout, een speciale opbergzolder voor tuigage en een goed geoutilleerde werkplaats. ,,It is in bytsje út de hân rûn”, zegt hij met een brede grijns op het gezicht. ,,Hjir meie wy it it wykein graach wat omgrime.”

Ronduit mooi is het verhaal hoe hij het skûtsje in Engeland te pakken kreeg. Het laat zich vertellen als een spannend jongensboek. De welbespraakte Heerschop, wonend in het Utrechtse de Meern en IFKS-kampioen van 2013 met de Wylde Wytse, zou er moeiteloos een verjaardagsfeestje mee vol kunnen praten. ,,Wolst it net leauwe”, lacht hij over de avontuurlijke reis om het aan de andere kant van het Kanaal liggende skûtsje weer in Friesland te krijgen.

Met skûtsjematen zoekt Heerschop al vijftien jaar naar oude skûtsjes. Hij vond er inmiddels tientallen. Hij speurt vooral naar Piipster skûtsjes, gebruik makend van het gedigitaliseerde archief van het scheepsvaartmuseum in Rotterdam en reisde onder andere door Frankrijk om fysiek te zoeken. Liefst in februari/maart. Dan is de begroeiing nog niet groen en is er het meeste zicht op vaarten, rivieren en kanalen waarin vaak tot drijvende woonarken omgebouwde skûtsjes op te scharrelen zijn.

Enthousiast vertelt hij over het project Engeland waarbij het historische pad vanaf de bouw van het skûtsje via onder andere het kadaster is achterhaald. Elk skûtsje is nu met het in het staal geslagen meetnummer opgenomen in een database. Heerschop kwam in Volendam terecht. Daar werd een oude koopakte uit een la gevist en daaruit bleek dat het skûtsje verkocht was aan een Engelsman, een zekere Andrew Peters. ,,Mar fyn sa’n man dan marris.” Hij stapte op de veerboot naar Engeland en belde aan op het adres dat op de koopakte stond. ,,Dêr die in man de doar iepen en dy tocht dizze minsken binne gek”. Het spoor liep dood.

Echter, Heerschop laat zich niet voor een gat vangen, al speelde het toeval een belangrijke rol. Jaren later kreeg hij namelijk onverwachts hulp van de moeder van een Engelse werknemer die op bezoek was in Limburg. Vervolgens had zij via een kennis bij veiligheidsdienst MI5, binnen veertien dagen Peters getraceerd had. Hij had het skûtsje doorverkocht aan een echtpaar dat er met twee kinderen op woonde. Na een nieuwe trip naar Engeland kwam Heerschop na veel vijven en zessen een ruil overeen: het skûtsje voor een woontjalk uit Nederland. De tjalk werd door hem en zijn maten op sleep achter een kottertje naar Londen gebracht en het skûtsje ging op dezelfde manier mee terug. De naam houdt Sikke Heerschop voorlopig nog even geheim. ,,Ik haw it skip by de IFKS yn-skreaun ûnder NN, no name”