Eendenkooi Goëngamieden komt steeds meer tot leven

OFFINGAWIER - De eendenkooi Goëngamieden is al 300 jaar oud, zo leert ons de vermaarde Schotanusatlas uit 1718. Vanaf 1800 wordt er geen eend meer de nek omgedraaid. De natuurplas tussen de rieten schermen en vangpijpen groeide daarna tot twee keer toe dicht. Onder de vlag van Staatsbosbeheer is de aloude eendenkooi de afgelopen jaren weer tot leven gewekt en geschikt gemaakt voor educatieve doeleinden.

De eendenkooi uit de zeventiende eeuw, toen er langs de kust en rond de merengebieden in Nederland minstens 1000 eendenkooien bestonden, ligt verscholen in de bosschage globaal tussen de Koaiwei en het Sneekermeer. Goëngamieden is één van de nog ongeveer 100 overgebleven kooien. Nog enkele zijn ín bedrijf’, zoals op Terschelling en in Bakhuizen. Daar gaan nog steeds eenden ‘de pijp uit’.

Sinds het zogenaamde paalrecht in 1800 verviel, raakte de eendenkooi Goëgamieden met vier vangpijpen buiten bedrijf. Langzaam maar zeker sloeg de vervening toe. Tot twee keer toe groeide de toen door vooral elzen omzoomde plas water dicht. Het is zelfs een tijdlang hooiland geweest. ,,Koest der oer hinne rinne”, weet Marten Castelein.

De oud-onderwijzer van de Zwetteschool in Sneek die jarenlang woonde lang in de Legegean, is sinds 2011 nauw betrokken bij de eendenkooi Goëngamieden. Vanuit de liefde voor de natuur en het toevallige feit dat hij uit een kooikersfamilie komt, werd hij negen jaar geleden getriggerd door een advertentie in de voormalige Wijd en Zijd. Daarin was te lezen dat Staatsbosbeheer vrijwilligers zocht voor het herstellen van het natuurlijke stukje historisch erfgoed. Omdat de man met een altijd waakzame blik toen nog alle dagen voor de klas stond, kwam de aanlokkelijke vrijwilligersbaan net te vroeg. SBB wilde ook een natuurprogramma opzetten. En dat was net wat voor de natuurman die zijn klassen gepassioneerd meesleepte de natuur in, op de fiets naar de ‘s winters onder water lopende bloem- en vogelrijke laaglanden bij het Sneekermeer. Hij testte met zijn klas de opzet van het educatie programma waarin ook SBB een vinger in de pap had in de praktijk met de kinderen van de Zwetteschool.

Inmiddels is de in Sneek wonende Castelein met pensioen en als beheerder met geen stok meer weg te slaan uit de eendenkooi. Vanaf half december ging hij er vanuit Sneek bijvoorbeeld twee maanden lang dagelijks heen om het daar uitgezette keppeltje wilde eenden, een zestal half gekortwiekte vrouwtjes en drie woerden, tam te maken. Gebruik makend van een lokfluitje en eten is dat gelukt.

De eenden blijven de kooi nu trouw. ,,Troch dizze einen sjochst dat der hieltyd mear oare wylde einen op besyk komme. Der komt no ynteraksje yn’e omjouwing. Fan’e maaitiid haw ik in kear op in moarn fjouwerentweintich einen teld. Der sieten ek in bercheinen en krakeinen tusken. It soe moai wêze as de stâl, sa neame se dat yn in einekoai, hjir wat grutter wurdt. ”

Ondertussen zijn de wilde eenden in de kooi aan de tweede leg toe, waarbij ze dankbaar gebruik maken van op stokken in het water staande ouderwets gevlochten korven. Castelein: ,,Yn it wetter is nedich, want predatoaren as Reintje de Vos sitte hjir op ‘e loer, mar ek de bunzing, steenmarter, hermelijn en havik. Jonge einstjes út de earste lech bin allegearre pakt troch de swarte kraai, de nijlgoes, in snoek of in rat. Hooplik wurde der wol in oantal grut út de twadde lech. Dat kin om’t der no mear grien is wêr’t se har better yn ferstopje kinne.” Zo hoopt deze eendenkooi, heel vroeger de ingenieus bedachte laatste halte voor menig eend op weg naar de poelier, nu om de onder druk staande populatie wilde eenden een steuntje in de rug te geven.

Staatsbosbeheer kreeg de eendenkooi ten oosten van Offingawier na de ruilverkaveling van rond 1970 in handen. De kooi is toen opnieuw uitgegraven en een walbeschoeiïng geplaatst. Dankzij een klein legertje vrijwilligers is de Legeanster kooi nu prachtig gerestaureerd. In 2010/2011 is onder andere minstens driehonderd meter rietscherm gemaakt met riet uit de Weerribben. Staatsbosbeheer moest plechtig beloven dat in Goëngamieden nooit meer vogels worden gevangen. Vangrechten - het paalrecht- gaan namelijk gepaard met het instellen van een rust- of stiltegebied en dat zou een belemmering zijn voor de boeren in de omgeving die geregeld een jager inschakelen om ganzen te verjagen.

Kers op de taart in de gerestaureerde kooi is het op voorspraak van boswachter Marjon Kommer van SBB en met financiële steun van gemeente en provincie gebouwde kooikershuisje. Het zou in de Efteling niet misstaan. Passend in het natuurlandschap én functioneel.

Zes mannen van de vrijwillige bouwploeg staken in 2018 de handen uit de mouwen. Onder leiding van oud-timmerman Sjerp Sietsma uit Haskerhorne klusten Sietse Boonstra, Berend Hoogeveen, Henk Terpstra, Manfred Bosma en Castelein met veel plezier een degelijk kooikershuisje in elkaar met houtkachel, berging en toilet. Het overnaats aangebrachte hout in donker ecoleum gebeitst, de pannen rood. Het enige wat nu eigenlijk nog ontbreekt in de kooi is het kooikershondje. ,,As der minsken binne mei sa’n hûntsje en it leuk fine om hjir as frijwilliger....”, zegt Castelein.

Zijn vaste maat Manfred Bosma legde pal achter het nieuwe kooikershuisje resten van de stenen fundamenten bloot van het oude boerderijtje dat ooit bij de kooi moet hebben gestaan, bewoond door een zekere Johannes Reinders de Vries. Naast kooiker stond hij ook te boek als boer, schipper en visser. ,,De koai hat ek noch archeologyske wearde”, glimlacht Castelein. Met Bosma is hij regelmatig bezig met het verbeteren van de diversiteit aan flora en fauna in en rond de eendenkooi. Ze hebben onder andere lijsterbes, vlier, gelderse roos, hondsroos en vuilboom aangeplant. Dat schiet hier en daar op. De jongste loten moeten beschermd worden met gaas. Reeën zien de jonge aanplant namelijk als ware lekkernij. Het gaas moet zelfs stevig verankerd worden in de grond, want een reebok bleek het gaas met zijn gewei zo aan de kant te wippen, aldus Castelein. ,,Koene wy wer op ‘e nei begjinne mei plantsjen. Ik moast der eins ek wol om leitsje. De natuer is sterk.”

Gevolg van de toenemende variatie rond de waterplas is de rijkdom aan vogels en insecten de afgelopen jaren al behoorlijk toegenomen. ,,Moast mar ris hearre”, fluistert Castelein als hij tijdens een korte rondleiding stil houdt bij de vuilboom, een insektentrekker van jewelste. Het gezoem is inderdaad niet van de lucht. Ook het door hem en Manfred Bosma bij de kooi geplaatste insectenhotel helpt.

Op dinsdagen buiten het broedseizoen om zijn schoolklassen welkom in de eendenkooi. Gemiddeld komen er de laatste jaren een dikke 200 kinderen uit de hoogste klassen van de basisschool voor een stukje natuurbeleving optima forma naar Goëngamieden. Maar ook vrouwenverenigingen, groepen leerkrachten of vogelwachters zijn langs geweest.

De kinderen krijgen in de eendenkooi acht praktische opdrachten voorgeschoteld. Ze leren over het kooikersbestaan, vlechten een scherm van riet, vangen met een schepnetje waterdiertjes en pulken in braakballen van uilen en kiekendieven. Ook springen over een sloot met een pols is en favoriet onderdeel. Castelein: ,,Troch it te belibjen krije sy leafde foar de natuer. Se komme hjir mei smoarge hânnen wei.’’

Een tussen de rietschermen verborgen kijkhut, compleet met twee vogelnestjes, biedt de kans om in alle rust te gluren naar de bewoners van de waterplas in de kooi. Laatst fladderde er een ransuil uit. De vrijwilligers van de kooi doen mee aan Sovon Vogelonderzoek Nederland. Staatsbosbeheer stelt de kooi met enige regelmaat open voor publiek, zoals tijdens Open Monumentendagen. Castelein: ,,Ik hoopje dat hjir de kommende tiid noch in hiel soad minsken, foaral bern, genietsje kinne fan dit moaie stikje natuer.