Forse kritiek op zorgplannen Súdwest

De gemeente Súdwest-Fryslân wil met een vast bedrag per gebied en minder zorgaanbieders de WMO-gelden efficiënter verdelen. Op de plannen klinkt veel kritiek.

In de nieuwe WMO-plannen wordt Súdwest-Fryslân opgedeeld in vier tot zes deelgebieden. Er komt een vastgesteld budget per gebied. Dit moet voor meer samenwerking tussen zorgaanbieders zorgen en kosten besparen. Onder de WMO-zorg valt onder meer huishoudelijke hulp, maatschappelijke opvang en begeleiding van kwetsbare groepen. De gemeente is verantwoordelijk voor deze zorg. Voor de jeugdzorg gelden de nieuwe plannen van Súdwest niet.

In de plannen krijgt Súdwest-Fryslân per 2022 één zorgaanbieder per deelgebied. Andere zorgaanbieders verlenen dan nog wel zorg, maar één hoofdaanbieder per gebied moet met het vaste budget alle WMO-zorg regelen en betalen. Met deze zorg was afgelopen jaar 17,5 miljoen euro gemoeid. Nu is er een stelsel waar de 160 in de gemeente actieve zorgaanbieders per cliënt een factuur sturen naar de gemeente. Súdwest-Fryslân, dat flinke tekorten heeft, heeft daardoor weinig invloed op de uitgaven. De nieuwe plannen moeten dat verbeteren en zijn onderdeel van het bezuinigingspakket uit de gemeentelijke begroting, waarbij in 2023 uiteindelijk 3,2 miljoen euro aan zorgkosten bespaard moet worden.

Machtsverschil

De cliëntenraad, die de gemeente adviseert over WMO-zaken, is niet te spreken over de plannen. Vooral het gevreesde machtsverschil tussen inwoner en zorgaanbieder baart zorgen, aldus de cliëntenraad: ,,De zorgvrager moet met de zorgaanbieder van het gebied in overleg over de invulling van de zorg en wijziging van die invulling. Voorkomen moet worden dat de zorgaanbieder eenzijdig beslist en de zorgvrager overdonderd wordt. Hoe wordt de inwoner in dit opzicht beschermd?”, vragen zij zich in een brief aan het college af. Ook de zorgboeren, verenigd in BEZINN, zijn kritisch. Ze vrezen ook dat burgers geen andere zorgaanbieder kunnen krijgen als zij niet tevreden zijn over de hoofdaannemer in dat gebied.

Het college van B en W geeft aan dat zorgaanbieders en cliëntenraden meegenomen worden in de uitwerking van de plannen. Omdat er nog veel onduidelijk is, liet de raadscommissie bij de behandeling weten het raadsbesluit over de plannen liever uit te stellen. Dat wilden B en W niet. Een gemiste kans denkt Marianne Poelman (PvdA): ,,Neem de tijd om het goed uit te zoeken, op deze manier hebben we als raad geen flauw idee waar we voor kiezen.” Morgen beslist de raad over de WMO-plannen.