‘De techniek moet niet worden onderschat’

REGIO Drie keer per week werpen zo’n zeventig tot negentig leden van jeu-de-boulesclub La Boule au But in Sneek een balletje.

„Hier,” lacht Gerrit Jan Gerritsen (73) uit Sneek ondeugend, terwijl hij in de kantine van de club twee glazen deurtjes opent waarachter een pop van een vrouw met haar rug naar voren staat. Haar jurkje vliegt omhoog. „Als je met 0-13 hebt verloren moet je haar kont kussen. Met 0-13 ben je echt aan het klooien.”

Gerritsen is de ‘pr-man’ van de Sneker club en bovendien ‘officieus instructeur’. Dat is te merken, want te pas en te onpas geeft de man advies aan andere leden van de club. „Je hebt je hele hand om de bal. Het is een mazzeltje dat-ie nog lekker rolt.”

Want de techniek moet niet worden onderschat, vertelt Gerritsen. Voor wie wel eens tijdens een vakantie met een glaasje een balletje heeft gegooid, is het boulen op de club in Sneek wel andere koek. Het is een spel van aanvallen en verdedigen. En de bal houd je vast tussen de palm en de drie middelste vingers. „Je moet het midden van de bal precies vastpakken en met je middelvinger erop drukken.”

La Boule au But is in 1986 opgericht. Volgens Gerritsen door een groepje dat op de parkeerplaats bij de bowlingbaan in Sneek stond te jeu-de-boulen. „Een stelletje enthousiastelingen. Een van hen had goed contact met de gemeente, dus konden ze dit terrein aanschaffen en deze hal bouwen.”

Zestien banen zijn er in totaal onder dak. Ook buiten heeft de club banen, maar die worden ‘s winters niet gebruikt. De club heeft momenteel zo’n 150 leden. Meerdere dagen per week kunnen die trainen in het gebouw. Meestal komt volgens Gerritsen ongeveer de helft bij de oefensessies opdagen.

Veel van de leden zijn grijs - de jongste is een jaar of veertig - en een enkeling heeft zelfs een speciale stok om de ballen op te pakken zonder te hoeven bukken. „Er zit een magneet in,” zegt Lienke Groeneveld (82) uit Sneek. De sport is volgens haar uitermate geschikt voor mensen van haar leeftijd. „Het is gezellig, je bent lekker bezig en je beweegt.”

Maar graag zouden Gerritsen en voorzitter Sytze Visser (80) uit Sneek nieuwe leden willen, uit Sneek, maar ook uit andere plaatsen. Ooit stond het aantal op zo’n tweehonderd. En dat mag van de mannen wel weer zo zijn, want hoewel de club gezond is, zorgt de leeftijd van de gemiddelde speler eerder voor een afname dan een toename van het ledental.

Duur is de sport niet, zegt Gerritsen. Dus daarvoor hoeven nieuwe leden het niet te laten. „De contributie is zo’n tachtig euro per jaar.” Een setje ballen, dat je volgens hem eens per vijf, zes jaar vervangt, kocht hij laatst voor zeventig euro. Dat de club met dergelijke bedragen en zonder subsidie overeind blijft, kan dankzij de inkomsten van de kantine, zegt voorzitter Visser. „En bijna de helft van de leden is vrijwilliger. Ze onderhouden bijvoorbeeld het terrein, of verven het gebouw.”

Leden van de club spelen per jaar meerdere wedstrijden. Onder meer in clubverband. De reeds geëindigde dinsdagavondcompetitie heeft Gerritsen dit jaar al gewonnen, in de zaterdagcompetitie staat hij eerste. „Maar het is geen garantie dat dat zo blijft. We spelen nog vier keer.”

Tijdens de wedstrijden heerst er een andere sfeer dan tijdens een gewone trainingsdag. „Ik hoop dat het morgen tijdens de wedstrijd beter gaat,” zegt voorzitter Visser als hij vertrekt om de prijzenpakketten te gaan regelen bij de slager. „Vanmiddag waren we losjes aan het spelen. We hebben veel te veel lopen ouwehoeren en grapjes lopen maken.”

Behalve techniek, speelt ook tactiek bij het spel een grote rol. Degene bijvoorbeeld die de but mag gooien, het kleine balletje waar de grote ballen zo dicht mogelijk bij moeten komen, houdt bij die worp rekening met zijn tegenstander. De but moet ergens tussen twee afstanden worden gegooid. „En als ik weet dat iemand hem het liefst op negen meter wil, leg ik hem op zeven,” zegt Gerritsen. „Elkaar gewoon lekker dwarszitten. Dat hoort erbij.”

Ook de verschillende banen kunnen uitmaken. „Mijn lievelingsbanen zijn 1 en 16. Daar zitten heuveltjes in en dat maakt het spannender.” Soms heeft een speler zijn eigen ballen in een mooi lijntje voor de but liggen. „Dan verdedigt-ie.” Ook daarmee weet de dinsdagavondkampioen raad: „Dan ram je er gewoon met je eigen ballen in om, zodat je weer bij de but kunt komen.”

Tekst: Zander Lamme