Boeiend boek over het leven van “De Mannen van de Overval”

SNEEK - Schrijver en onderzoeker Hessel de Walle presenteerde op vrijdag 29 november in het Fries museum “De Mannen van de Overval - Heroïek en tragiek in 26 levensverhalen”. Op vrijdag 8 december 1944, 75 jaar geleden, wordt de Overval gepleegd op de Blokhuispoort, de Leeuwarder gevangenis. Een perfecte voorbereiding gaat eraan vooraf. Bij de actie worden 51 gevangenen bevrijd.

Er wordt geen schot gelost. De Overval gaat als ronduit succesvol de geschiedenisboeken in, “temeer door het uitblijven van Duitse represailles”, volgens de auteur. Deze bijzondere uitgave doet allereerst beseffen dat de oorlog voor de 26 verzetslieden niet stopt met de bevrijding in mei 1945. Ze krijgen bijna allen te maken met langdurige spanningen. Tegenwoordig spreken we van PTTS, ofwel posttraumatische stress-stoornis. Ook echtgenotes, kinderen en persoonlijke vrienden worden direct geconfronteerd met de emotionele gevolgen. Op oudere leeftijd laten de verzetslieden meer los over de oorlogservaringen. De vraag blijft voortbestaan of alles is verteld.

De Walle start met een bondige samenvatting van de Overval, waarna de 26 levensverhalen in alfabetische volgorde worden opgetekend. Veel van de overvallers zijn betrokken bij andere verzetsdaden, zoals Hans Deinum, wiens broer Andries in 1938 naar de VS emigreert en voor de Amerikaanse geheime dienst “naar het schijnt” prins Bernhard in de gaten moet houden. “Andries heeft geen beste indruk van de prins gekregen”, schrijft De Walle.

Na de oorlog spreken de overvallers af dat er wordt gezwegen over kwetsbare zaken, zolang er nog iemand leeft. Verzetsman en publicist Pieter Wijbenga doorbreekt die code in de jaren zeventig door in drie delen “Bezettingstijd in Friesland” zaken te onthullen en namen te noemen. Hans Deinum en Gerben Oppewal zijn razend. Auteur De Walle noemt Wijbenga “geen verzetter van het eerste uur en zit hij vanaf oktober 1944 zelfs in het veilige zuiden van het land”. Bovendien bedrijft Wijbenga geschiedbeoefening eenzijdig, doordat hij het verzet bekijkt “vanuit zijn persoonlijke moraal”.

De Walle beschrijft in zestien pagina’s het levensverhaal van verzetsman Gerben Oppewal, die in de jaren 1967-1979 hoofd van de Johannes Postschool in Sneek is. “Meester Oppewal kon ongelooflijk spannend vertellen over de Overval en andere verzetsdaden”, melden oud-leerlingen. Gerben Oppewal wordt in 1919 in Oudega (W) geboren, volgt de mulo en wil naar zee. Dat laatste komt er niet van. Hij slaagt in 1938 voor de “gereformeerde kweekschool”. Er is echter geen werk in het onderwijs en Oppewal gaat vrijwillig in dienst. Tijdens de mobilisatie komt hij bij het korps politietroepen terecht. Op interessante wijze beschrijft De Walle hoe Oppewal stap voor stap bij het verzet betrokken raakt en bij de onvermijdelijke liquidatie van enkele personen.

In hoofdstuk 5 komt de verfilming van de Overval aan de orde. De film komt in 1962 op het witte doek. Overvaller Piet Oberman zegt in “Trouw” (19 december 1962): “Wij hebben de makers van de film allerlei eisen gesteld. Geen romantiek en dat soort gedoe.” Dit vormt vermoedelijk de reden dat Bert Haanstra als eerste regisseur afhaakt. Harry Mulisch vertelt in 1970 in “de Volkskrant” dat Haanstra een romance tussen Piet Oberman en een koerierster in de film wil verwerken, aldus De Walle. Paul Rotha treedt als tweede regisseur aan, maar hij pakt de dialoogregie niet goed aan. Kees Brusse wordt daarop regisseur; hij doet ook mee als acteur. De film trekt anderhalf miljoen bezoekers, een zeer hoog aantal voor die tijd.

De Walle geeft een interessante toelichting op het vroege verzet van Sneek, Workum en Hindeloopen. De Sneker Willem Santema en de Hindeloper Roel Walda spelen daarin een hoofdrol. Ook ontbreekt de de Sneker Bloednacht niet in het boek. Deze vreselijke gebeurtenis houdt in dat als gevolg van de liquidatie van landverrader Gaele van der Kooij door het verzet, de bezetter vier onschuldige Snekers ombrengt. Gemeentesecretaris Ludolf Rasterhoff wordt door een kogel geschampt, maar hij doet net alsof hij dodelijk getroffen is. Hij kruipt door het oog van de naald.

Aangezien De Walle over een vloeiende schrijfstijl beschikt zijn de opsommingen aan het begin van elk levensverhaal niet storend. Uit de 26 levensverhalen blijkt dat het verzet geen blind jongensavontuur was. Overal dreigde gevaar in de vorm van verraad, bekentenissen na martelen of het mislukken van een actie. De opmaak van de uitgave is tamelijk sober; passend bij de atmosfeer van de Overval. Deze publicatie is voor geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog van Friesland en de gevolgen daarvan, zeer de moeite waard.

Hessel de Walle. “De Mannen van de Overval - Heroïek en tragiek in 26 levensverhalen”. (415 pag.) Uitgeverij Wijdemeer Leeuwarden, 2019. Te bestellen via wijdemeer.nl of verkrijgbaar in de boekhandel voor € 26,90.

Wiebe Dooper