Gary Hekman: ‘Inline-skaten voelt als thuiskomen’

Sneek

Na een marathonseizoen dat niet geheel naar tevredenheid verliep, is Gary Hekman inmiddels al weer in volle voorbereiding op het nieuwe schaatsseizoen. De marathonschaatser van AB Vakwerk doet dat op geheel andere wijze dan de voorbije jaren. Al sinds begin april rijdt Hekman nagenoeg alle grote internationale marathonwedstrijden op skeelers en is hij veelvuldig op de baan te vinden.

,,Ik denk dat ik de laatste zes jaar geen enkele baanwedstrijd heb gereden, maar met het WK in eigen land en ook nog zo vroeg in het seizoen, besloot ik het er weer eens op te wagen. In het begin was het erg wennen, maar inmiddels is mijn ‘skeelergevoel’ weer behoorlijk terug.” Hekman beleeft bovendien veel plezier aan het inline-skaten: ,,Ik dacht eigenlijk altijd dat ik het niet miste, de skeelersport. Maar inmiddels kom ik daar wel op terug. Het voelt als thuiskomen.”

Het wereldkampioenschap inline-skaten vindt dit jaar plaats vanaf morgen tot en met 7 juli in Heerde en Arnhem. Voor Hekman, en vele andere schaatsers, past het kampioenschap perfect in de voorbereiding op het schaatsseizoen. ,,De laatste jaren was een WK inline-skaten vaak pas eind september en ook nog eens ver weg. De lange reis is niet ideaal en een piekmoment in de maand september is heel erg lastig te combineren met een goed schaatsseizoen. Je kan niet het hele jaar goed zijn en dus moet je keuzes maken. Nu werk ik eerst naar het WK toe in Nederland om daar in topvorm te zijn en daarna gaat de focus op het schaatsseizoen. Ik krijg hier binnen de schaatsploeg van AB Vakwerk alle ruimte voor.” Behalve Hekman, neemt ook Daniel Niero van AB Vakwerk begin juli deel aan het WK in Nederland. De Italiaan liet dit seizoen al goede prestaties zien en won onder andere op spectaculaire wijze de afvalkoers tijdens de Europa Cup in het Duitse Geisingen.

Hekman maakte dit seizoen niet alleen indruk in de marathonwedstrijden, maar verbaasde vooral ook zichzelf op de piste. Tijdens het NK op de afvalkoers werd hij knap tweede achter ploeggenoot Luc ter Haar en tijdens diverse Europa Cup-wedstrijden reed hij mee met de wereldtop. Dat viel ook bondscoach Frank Fiers op en hij selecteerde Hekman voor het hele toernooi.

,,Ik heb uitgebreid met Frank gesproken en gezegd dat ik niet het kopmanschap ambieer op de piste of weg. Als hij me nodig heeft voor de ploeg, rijd ik graag in dienst om het beste resultaat te behalen”, zegt Hekman. Zijn doel ligt op de marathon en natuurlijk wil hij graag wereldkampioen worden, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. ,,Ik ga voor het podium en als ik in een sprint rechtstreeks word geklopt door iemand als Bart Swings, omdat hij op dat moment sneller is, kan ik daar vrede mee hebben. We hebben met Nederland een sterke ploeg en met Crispijn Ariëns een enorm sterke aanvaller. Mocht het Crispijn, of een andere Nederlander niet lukken in de aanval, dan moet ik het afmaken in de sprint.”

Waar Hekman de laatste jaren vooral veel wielerwedstrijden reed, kiest hij dit seizoen bewust voor de skeelers en dat bevalt hem goed. Hoe zich dat zal gaan uitbetalen op de schaats zal moeten blijken. ,,Na vorig seizoen hebben we met de schaatsploeg uitgebreid geëvalueerd. We reden weliswaar goed op natuurijs, maar we kwamen te kort op kunstijs. Méér skeeleren zou eraan kunnen bijdragen dat het op de baan volgend schaatsseizoen beter gaat. De wedstrijden op de schaats zijn tegenwoordig enorm intensief en als je geen rondje voorsprong hebt, doe je doorgaans niet mee voor de overwinning. Met skeeleren zie je vaak diezelfde intensiteit. Het is hollen en stilstaan en het tempo ligt op bepaalde momenten bijzonder hoog. De sporten gaan steeds meer op elkaar lijken, vind ik.” 

Skeeleren in Nederland

Hekman reed dit seizoen ook al een aantal marathons in Nederland en won de Klim van Steenwijk door de Belg Bart Swings in een rechtstreeks duel te verslaan. Toch ziet hij de wedstrijden in Nederland vooral als training: ,,Het niveau in Nederland is niet zo hoog. Er zijn een paar hele goede rijders, maar daarachter gaat het niveau in rap tempo naar beneden. Hierdoor zijn de wedstrijden vaak voorspelbaar en niet leuk om te rijden. Ik rijd daarom ook meer de internationale marathons zoals Rennes, Berlijn en Dijon. Daar is een groot deel van de wereldtop en zijn de rijders veel meer aan elkaar gewaagd.”

Hekman betreurt het wel dat hij naar het buitenland moet om dergelijke wedstrijden te rijden en snapt niet goed waarom dat niet in Nederland kan. ,,Volgens mij is een wedstrijd zoals in Dijon of Rennes eenvoudig te organiseren. Neem Dijon, dat is een beetje heen en weer rijden tussen twee grote rotonden op asfalt dat lang niet overal even vlak is. In twee uurtjes is alles klaar, want de dames starten net na de heren. Dat moet in Nederland toch ook kunnen? Ik zie hier wel een rol weggelegd voor de KNSB om organisaties te stimuleren dit te organiseren en zo de sport in Nederland weer op de kaart te zetten.”

 

 

 

 


Auteur

redactie