Orgelconcert Dirk Donker

SNEEK

In het kader van de Bach-estafette geeft Dirk S. Donker met medewerking van het Huizumer Vocaal Dubbelkwartet zaterdag 16 juni 16.00 uur een orgelconcert in de Martinikerk in Sneek.

Ook deze zomer worden er weer orgelconcerten georganiseerd in de Grote-of Martinikerk in Sneek. Aan deze serie vooraf is er komende zaterdag een orgelconcert in het kader van de Friese orgelestafette. Hierbij worden alle Bachwerken gespeeld op de grote historische Friese stadsorgels. Het orgelconcert wordt georganiseerd door de zeer actieve Stichting Organum Frisiscum. De organist is Dirk S. Donker. Op het programma staan uitsluitend werken van Johann Sebastian Bach. Bijzonder is dat aan het concert medewerking wordt verleend door het Huizumer Vocaal Dubbelkwartet. Zij zingen de koralen waarvan de bewerking van Bach op het orgel wordt gespeeld.

De Friese orgelestafette is een ambitieus project van de Stichting Organum Frisicum in het kader van de Culturele Hoofdstad. In een serie van 22 concerten worden alle werken die Johann Sebastian Bach voor het orgel componeerde door diverse organisten van naam gespeeld. Behalve het Schnitgerorgel van de Sneker Martinikerk worden ook de orgels van Bolsward, Franeker, Harlingen en Leeuwarden ingezet. Leeuwarden is begin en eindpunt van de serie; het concert van zaterdag in de Martinikerk is nummer 5 in de serie. Ook de estafetteconcerten 7 en 13 vinden in Sneek plaats.

Dirk Donker, sinds 1978 organist van de Martinikerk, stelde voor zijn concert uit het oeuvre van Bach een gevarieerd programma samen. Hij opent met het bekende Concerto in d naar Antonio Vivaldi (BWV 596). Daarna worden koraalbewerkingen en koraalpartita's van Bach gespeeld. Het gaat om: “O Gott, du frommer Gott” (BWV 767), “O Lamm Gottes, unschuldich” (BWV 656), “Herr Jesu Christ dich zu uns wend” (655) en “An Wasserflüssen Babylon (BWV 653)”. Het programma wordt gecompleteerd met een aantal vrije werken van Bach: Trio in G (BWV 1027a), Fuga in g (BWV 578) en als slotstuk Praeludium et Fuga in g (BWV 535).