'Ik wipte as jonkje su in kachel op ’e bakfyts’

IJsbrechtum

 Als jongetje van twaalf smeet Johannes de Wit op de IJlsterkade in zijn uppie een smeedijzeren kachel van 150 kilo op de handkar. Hij was sterk van huis uit. Later ontwikkelde de in Ysbrechtum neergestreken Sneker, die door velen vergeleken wordt met Jerommeke uit het stripboeken van Suske en Wiske, zich tot beresterke gewichtheffer en powerlifter die nationale titels veroverde.

Johannes de Wit, 64 nu, is sinds vorige week de vierde Nederlander die de eremedaille en het certificaat van verdienste heeft ontvangen van de Europese Gewichthef Federatie. De goedaardige, gedrongen reus beschouwt het als een ereprijs voor zijn hele oeuvre en gaat in de krachtsportboerderij van Wout Zijlstra in Folsgare ondertussen vrolijk verder met het opleiden van talentvolle powerlifters. Johannes de Wit, borstomvang anderhalve meter, heeft nog geregeld de neiging om zelf het halter op te pakken, maar laat, hoewel de armspieren nog steeds imposant zijn, inmiddels het gezonde verstand zegevieren. Door een armspierkwetsuur, die hij overhield aan een auto-ongeluk, en achillespeesproblemen moet hij zich beperken tot het geven van trainingen. Dat doet de sterke man die aan vijf uurtjes slaap per dag genoeg heeft met plezier én een rotsvaste overtuiging: ,,Het gaat om de techniek. Dat is de basis. Pas als de techniek goed is, komt de kracht. Niet andersom. Dat is de fout die veel beginnelingen maken”, weet de twaalfvoudig powerliftkampioen van Nederland die een keer Nederlands kampioen gewichtheffen was. Verder zijn de ereklaseringen niet te tellen van de bijna pensionado die zo’n 42 keer ’meetilde’ om Nederlands eremetaal. Honderden bekers en standaards zijn op zolder beland bij zijn dochter. ,,Ik moet er nog eens een plekje voor vinden”, komt er een glimlach boven de bebaarde kin. Want hij weet dat dat lastig wordt in zijn domicilie aan de Schoonoord dat hij deelt met zijn in alles achter hem staande vriendin Alita. Ondanks de zelf uitgevoerde uitbouw is er namelijk geen hoekje meer vrij. Naast krachtsporter is ‘Hannes’ voor intimi namelijk verwoed verzamelaar van met name Fries aardewerk. (Rondkijkend) ,,Ik heb hier tussen de 3800 en 4000 stukken aan aardewerk staan van 400 jaar voor de jaartelling tot zeg maar de oorlog”. Een deel daarvan groef de amateur-archeoloog zelf op. ,,Op zondagmorgen om een uur of vijf ‘met ut skepke’ in de modder. Pure ontspanning voor mij.” Naast de authentieke rood gebakken potten, pannen en stoven, diepte hij veel bij hem thuis uitgestalde botresten, pijpenkoppen en munten op. ,,Bij de bruggen. Daar moet je wezen. Er viel wel eens wat naast het klompje hè”, verklapt hij een van de geheimen van de smid. Bij Heeg vond hij zijn mooiste geldstuk. ,,Ik had het eerst niet in de gaten. Maar het bleek een zilveren dukaton te zijn; een munt uit de Spaans-Nederlandse tijd van 1600-1700. Johannes de Wit kan er uren over vertellen. Een lezing voor de plattelandsvrouwen? De mede-oprichter en levende vraagbaak van de Vereniging Historisch Sneek (VHS) draait er de hand niet voor om. Maar terug naar de krachtsport. Zijn grootste passie. Het zat er al vroeg in. ,,As jonkje fan twaaluf fan de IJlsterkade wipte ik su un ouwe kachel fan minstens 100 kilo op ‘e bakfyts.” Toen hij Cor Oudendag en Hans Stouthart in zijn straat bij de Geeuw bezig zag met gewichten aan een halter was hij verkocht. Het begon op zolder bij zijn broer. Het kloostertafeltje van beppe deed dienst bij het bankddrukken, blikjes werden met beton gevuld om dienst te doen als gewichten. Dankzij verstandig trainen pompte de man die 33 jaar de stuwende kracht was achter de Krachtsportvereniging Ysbrechtum de biceps op. Er kwam geen ’rotzooi’ aan te pas zoals hij spierversterkende middelen op een hoop gooit. ,,Dat overschaduwt de mooie kant van deze prachtige sport. Op een of andere manier is het niet uit de sport te houden. Maar het past zeker niet in mijn sportbeeld. En je kan de gezondheidsrisico’s niet goed incalculeren.” Niet aan beginnen, schudt de Ysbrechtumer oud-gewichtheffer het hoofd. Talenten als Wout Zijlstra (jr) en Tygo Siemonsma profiteren van de technische kennis die de routinier graag overdraagt. ,,Als je ze technisch goed wegzet komen ze er wel. Je moet de techniek zoeken bij de persoon. Het is een individueel verhaal. Iedereen zit anders in elkaar.” De Wit heeft er oog voor om 'zijn sporters’ goed te begeleiden bij het kniebuigen, bankdrukken en deadliften. De halters en gewichten zijn vanuit het dorpshuis in Ysbrechtum verplaatst naar de krachtsportboerderij van Wout Zijlstra in Folsgare, het tweede huis van Johannes de Wit die in zijn sportieve carriëre negen keer de Elfstedentocht fietste, 22 keer het Sneekermeer overzwom en bokste bij wijlen Kees van Gorkum. Hij maakte deel uit van touwtrekploegen, hij wandelde Den Oever-Sneek, liep halve marathons in Egmond en was speer- en discuswerper en kogelstoter. Hij bedacht in 1988 het skûtsjelûken en heeft plannen om een ‘sjouwersploegrace’ te organiseren om het oude sjouwerswerk rond het laden en lossen van een skûtsje na te bootsen. Dieptepunt in zijn leven was het jong overlijden van zijn grote liefde met wie hij twee kinderen kreeg en het ontslag (na 40 jaar trouwe dienst) bij Flexa negen jaar terug. Zoon Lieuwe helpt hem nu met het inscannen van (foto)archiefmateriaal dat hij bewaarde in 160 oude AKZO-enveloppen die bleven liggen toen Flexa dicht ging. Hij wil er namelijk een boekje van maken om zo de krachtsporthistorie van Sneek en Ysbrechtum vast te leggen. ,,Historie is mijn leven. Ik hang aan mijn erfgoed. Want wie het verleden niet kent, kent het heden ook niet. Het krachtsporten in Sneek is in de 40ger jaren begonnen op de zolder bij Ten Cate. Kleine Jan Dekker heeft het gewichtheffen in Sneek van de grond getild. Dat soort dingen wil ik graag vastleggen in een boekje.” Verkrijgbaar bij voorinschrijving. Johannes de Wit denkt aan een oplage van 200 á 300 stuks. Hij hoeft er niks aan over te houden. Mocht dat wel lukken, dan wordt er een nieuw halter voor aangeschaft. ,,De oude is namelijk wat slap aan het worden. Met een nieuwe kunnen de jonge jongens als mogelijke opvolgers van Eeltje de Jong, Tino Selva, Joop Meijer en Hans Stout-hart weer met goed materiaal trainen.” Sjoerd Stiensma.

Auteur

Redactie